Jaar: 1949Collectie: Eduard.M.Smit
Meer foto’s uit dit albumDeze foto hoort bij het album Schoolstraat.
Bekijk het volledige albumGrote foto voor donateursVoor minimaal €20 per jaar kunt u donateur worden en grote foto’s bekijken.
Word donateur en bekijk grote foto’sInformatie over deze foto / video
- Fotocredit
- Collectie : Eduard. M. Smit
- Collectie
- Eduard.M.Smit
- Jaar
- 1949
- Afgebeeld op de foto
- Op de foto is een panorama van Groenlo te zien, genomen vanaf de Oude Calixtuskerk, met zicht op de Schoolstraat en de Barakkenplas. Het beeld toont een dicht bebouwd stadsdeel met lage panden, schuine pannendaken, achtererven, tuinmuren en bomen. In dit deel van de stad bevonden zich onder meer de voormalige synagoge en het café van Antoon (Tone) Nales.
- Samenvatting reacties
- De reacties vullen de locatie aan als de Barakkenplas. Ook wordt het café van Antoon (Tone) Nales genoemd; mogelijk lagen in de omgeving ook de zaadhandel van Frans Maarse en panden van de familie Frank. Verder geven de reacties achtergrond bij de voormalige synagoge: deze werd op 9 augustus 1822 ingewijd en wordt in verband gebracht met Joseph Israel Ricardo, stadssecretaris en ouderling van de Joodse gemeente. Na de Tweede Wereldoorlog verloor de synagoge haar functie doordat veel Joodse Grollenaren niet terugkeerden uit deportatie.
- Trefwoorden
- Groenlo, Schoolstraat, Barakkenplas, Oude Calixtuskerk, panorama, stadsgezicht, 1949, voormalige synagoge, synagoge, Joodse gemeente, café Nales, Antoon Nales, Tone Nales, zaadhandel Frans Maarse, Joseph Israel Ricardo
Trefwoord voorstellen
Ziet u iets op deze foto dat nog niet bij de trefwoorden staat? Geef één trefwoord of naam door. Na controle voegen wij het eventueel toe.
Auteursrecht
Deze foto mag niet zonder toestemming van de rechthebbende worden gebruikt, gepubliceerd of verspreid.
Isaac da Costa had zich zogezegd laten “schmarren” (overstappen naar een minderwaardig geloof). .
Tja, die Isaac da Costa. Ik weet niet of de Groenlose
gemeentesecretaris Ricardo echt trots zou zijn geweest op zijn
dichtende neefje in Amsterdam. Dankzij de Franse Revolutie en de andere
omwentelingen rond 1800 waren de Joden gewone staatsburgers geworden.
Daarom kon Ricardo ook gemeentesecretaris worden. Maar Isaac da Costa
moest niks van die revoluties hebben. Hij bekeerde zich tot het
christendom, en was publiceerde een reeks tamelijk overdreven
lofdichten op het Oranjehuis. Het gedicht over Frederik Hendrik is een van de 5 gedichten over de eerste 5 stadhouders, Willem de Zwijger, Maurits, Frederik Hendrik, Willem II, Willem III.
In zijn inleidende gedicht zet hij meteen de toon:
Ja! Neerland zal der volken voorbeeld wezen
En, onverleid door ’t filosoofsch geschreeuw,
Aan God en plicht nog trouwer dan voordezen,
Verplettren eens het oproer dezer eeuw.
Oranjes kroon zal heel euroop vereeren,
Oranjes troon staat onomstootlijk vast:
Oranjes stam zal heel de wereld leeren,
Wat houding thands aan ’s werelds Vorsten past!
Het motto Fortes creantur fortibus bij het gedicht over
Frederik Hendrik betekent dan ook sterken worden voortgebracht door
sterken.
Jammer dat de opmaak van het gedicht anders wordt na het versturen van de reactie. Nu staat alles achter elkaar en niet meer in lijnen.
Isaac da Costa schreef een gedicht over Frederik Hendrik met betrekking tot Grol.
ISAÄC DA COSTA (1798-1860)
III. FREDRIK HENDRIK.
Fortes creantur fortibus.
Die aan des legers spits een Maurits kon vervangen,
de glorie winnen kon met Maurits oorlogszwaard,
Prins Hendrik leeft in onvergankbre zangen,
en Grols Veroveraar was Vondels loflied waard.
Hy schittert in de rij dier Duitsche Machabeeën,
aan wier onzachbre reeks dit land zijn aanzijn dankt;
met wie het d’oorlog tart en zijn verschrikbre weeën,
en zonder wie het kwijnt, en machtloos wordt, en wankt!
Maar ’t strekke tot den roem van Fredriks stamgenooten,
dat in zoo schoon een rij hy-zelf de minste stond;
en tuig’ ’t historieblad, door Waarheids hand ontsloten,
wanneer ’t aan ’t nageslacht zijn grootheid luid verkondt,
dat hy nog grooter waar, zoo ’t voorbeeld van een broeder
hem meer bewogen had, dan vrees voor muitrenhaat,
en in zijn Nassausch bloed een meer verheven moeder
geen zwakheid had gemengd, gevaarlijk voor den Staat!
Ja! dan, dan had zijn naam eerst vlekloos uitgeblonken,
indien hy een party, door Maurits moed getemd,
en tot het heil des volks reeds half in ’t niet gezonken,
de hand niet had gereikt, en in haar wensch gestemd;
indien hy d’overmoed van kleine dwingelanden,
verdrukkers van het volk, en haters van zijn stam,
met een manhaften blik weêrhouden had in banden,
wier strengheid alle hoop aan ’t Staatsverraad ontnam.
Hoe ’t zij, ook hy was groot, en toonde zich Oranje!
wl, in de vasthei niet van ’t binnenlandsch gebied,
maar in den heldenstrijd, gestreden tegen Spanje,
en in het kroost vooral, dat hy aan Neêrland liet.
Inmiddels is bekend waar secretaris Ricardo gewoond heeft. Ik vond vandaag de “memorie van successie”, de aangifte voor de successiebelasting, zoals die in 1825 door zijn weduwe, Ribca Sagache gedaan is.
Ricardo is overleden op 7 december 1824 in het huis “Nieuwe Lievelderstraat 116”. Dat is het huidige Mattelierstraat 19. Begin 20e eeuw is het pand vervangen door een nieuwe pastorie van de hervormde gemeente, later kantoor van de Hameland. Hij woonde daar met zijn vrouw en 3 minderjarige kinderen, David, Ester en Hanna. Ook de schuur op nummer 118 was zijn eigendom. Dat is nu ongeveer Mattelierstraat 25.
Ja WAAROM weet ik echt niet Jan.
Ans ik vraag me af waarom de Gemeente dat doen moet onze Kerkhoven worden toch ook niet door Gemeente onderhouden
Dat is de taak van de gemeente, maar afgelopen herfst is de HACRON wel flink aan het werk geweest. Bladeren opgeruimd etc. Dat was net in de periode dat Siegfried foto’s maakt en ik zelf ook. Maar die foto’s zijn nog te recent om aan scherpinbeeld op te sturen.
Ans zal ongetwijveld waar zijn waarom worden die begraafplaatsen dan zo slecht onderhouden ?
Begraafplaatsen staan bij Joden in veel hoger aanzien dan bij christenen. Je kunt Christen worden door een persoonlijke keuze voor Jezus Messias, maar Jood ben je meestal door afstamming. Daarom is de band met het voorgeslacht zoveel sterker. De graven mogen niet geruimd worden en worden generaties lang nog bezocht. De grafstenen zijn voor Joodse mensen zoiets als een identiteitsbewijs. Wanneer je tot een volk behoort dat voortdurend met uitroeping wordt bedreigd , moet je je kinderen naar een plaats kunnen brengen waarvan je kunt zeggen: “Hier liggen onze voorouders, ze hebben geleefd, ze hebben bestaan. Een grafsteen is het bewijs voor onze geswchiedenis.”
Bovendien staat er in
Ezechiël 37:12-14
12 Profeteer daarom en zeg tegen hen: “Dit zegt God, de HEER: Mijn volk, ik zal jullie graven openen, ik laat jullie uit je graven komen en ik zal jullie naar het land van Israël terugbrengen.
13 Jullie zijn mijn volk, en jullie zullen beseffen dat ik de HEER ben als ik je graven open en jullie uit je graven laat komen.
14 Ik zal jullie mijn adem geven zodat jullie weer tot leven komen, ik zal jullie terugbrengen naar je land, en jullie zullen beseffen dat ik de HEER ben. Wat ik gezegd heb, zal ik doen – zo spreekt de HEER.”’
Dirk, is jou trouwens bekend waarom Joodse graven nooit en te nimmer geruimd mogen worden? Wat is daar de gedachte achter?
Prachtige tekst Dirk. Is er overigens meer bekend over die griffier Knickkink? Je zou zo langzamerhand wel eens een spannend boek kunnen schrijven over de geschiedenis van het stadje Groenlo en zijn bewoners in de loop der eeuwen.
Op 9 augustus 1822 is de nieuwe synagoge ingewijd, zo is te lezen in een uitgebreid verslag in de Arnhemsche Courant van 20 augustus 1822.
Nadat het middaggebed door de voorzanger S.E. Kalker in de oude synagoge verricht was, werden de Boeken Mozes naar de nieuwe synagoge overgebracht. Om 1 uur ’s middags werd het huis des gebeds plechtig ingewijd.
Omdat de opperrabijn van het ressort Zwolle verhinderd was, hield de heer Ricardo, ouderling van de Joodse gemeente, een redevoering in het Nederlands met een oproep
“aan zijne geloofsgenooten, om al hun doen en laten zoo interigten, om zich Gode welbehagelijk, en zich de achting van alle hunne natuurgenooten waardig te maken; dat zij dit edele doel onmisbaar zouden bereiken, wanneer zij de gronden van hun geloof als hunnen rigtsnoer aannamen, en onbeweeglijk vasthielden aan het voornaamste en hoogste gebod, om zijne naasten lief te hebben als zich zelven”
Vervolgens werd er muziek gemaakt “door onderscheidene liefhebbers van onderscheidene gezindheden, zoo uit deze stad als van elders.” De verslaggever spreekt vervolgens van een “gevoel van verbroedering” en spreekt de hoop uit dat “dit gevoel meer algemeen en vooral getoond worden door diegenen, wier voorbeeld zoo veel op het algemeen vermag”.
Verder wordt nog vermeld dat burgemeester Hummelink, burgemeester, raadslid Batenburg, vrederechter Batenburg, adjunct- vrederechter Wentholt en griffier Knickkink bij de plechtigheid aanwezig waren.
Ricardo was inderdaad een “Portugese” jood, sefardisch dus. Bij de synagoge aan de Spoorstraat in Winterswijk zijn nog 2 oude liggende stenen, waarvan vermoed wordt dat ze van de familie Ricardo zijn. Asjkenaziem gebruiken meestal staande stenen.
Veel interessante informartie over Joseph Israel Ricardo. Hij was dus een sefardische jood?
De meeste Grolse Joden waren asjkenaziem en kwamen van oorsprong uit het oosten, Ruslans , Polen en Duitsland.
Hoe zou Ricardioin Groenlo gekomen zijn?
Mooie foto dit weer,Barakkenplaats.Kroeg van Antoon Nales[unieke Barman]Achter zo ik zie zaadhandel van Frans Maarse,of zat hij er toen nog niet,links.Fam Frank .En de synagoge,vraag me af in welke tijd dit woningen zijn geworden
Tot gelijkstelling van joden met alle andere burgers werd pas in 1796 besloten. Begin negentiende eeuw, dus niet lang daarna, trad Joseph Israel Ricardo op als secretaris van de stad Groenlo, onder burgemeester (tussen 1810 en 1813 “maire”) Hummelinck.
Het schijnt dat gemeentesecretaris Ricardo veel heeft bijgedragen aan de bouw van de Groenlose synagoge in 1822.
Joseph Israel Ricardo (Amsterdam 1767 – Groenlo 1824) kwam uit een toonaangevende joodse familie. Zijn vader wordt genoemd als administrateur van de Portugees-Joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel.
Een broer van zijn vader verhuisde naar Engeland. Diens zoon David Ricardo (1772-1823), een neef van onze gemeentesecretaris, wordt internationaal gezien als een van de grondleggers van de economische wetenschap. Hij was een succesvol effectenhandelaar en lid van het Engelse Lagerhuis.
En een zuster van de Grollenaar Ricardo is de moeder van de Amsterdamse dichter Isaac da Costa (1798-1860). Daar was hij dus een oom van.
Zijn broer Mordechai verhuisde naar Curaçao, werd daar procureur-generaal. Zijn achthoekige huis (“Octagon”) in Willemstad is inmiddels museum, hij schijnt de Zuid-Amerikaanse vrijheidsstrijder Simon Bolivar onderdak gegeven te hebben.
Waar woonde Ricardo in Groenlo? Dat is (nog) niet met zekerheid te zeggen. Het meest waarschijnlijk is het huidige pand van Boutique Ankie, Beltrumsestraat 6. Zijn weduwe Ribca (Rebecca) verhuisde terug naar Amsterdam, waar ze in 1849 overleed. Zij is begraven op de begraafplaats in Ouderkerk. De joodse begraafplaats in Groenlo bevat geen steen van Joseph Israel Ricardo.
Mirjam Google naar digitaal Joods monument en tik in de zoekfunctie. Je komt vervolgens bij al degenenen die niet teruggekomen zijn.
Mirjam, na de Tweede Wereldoorlog kwamen helaas vele Joodse Grollenaren niet meer terug van de deportatie. Hierdoor werd de Synagoge (Sjoel) overbodig als gebedshuis.
Het zal heus al wel een keer genoemd zijn, maar waarom is de synagoge er niet meer?
Martie, bedankt voor je oplettendheid, foutje van mijn kant. Maar het ontbrekende woordt moet zoals Jan zegt Barakkenplas zijn. Mvrg André
De barakken plas
Beste redactie, het onderschrift bij deze foto eindigt nogal abrupt. Wat komt er na; “Dit café droeg de naam”????? Of is het naast het zoekplaatje nu de bedoeling dat de lezers van SIB de tekst aanvullen, zeg maar een soort van zoektekst??? Dit laatste lezen met een knipoog mijnerzijds.