Jaar: anno 1887Collectie: Eduard.M.Smit
Meer foto’s uit dit albumDeze foto hoort bij het album Waterradmolen.
Bekijk het volledige albumGrote foto voor donateursVoor minimaal €20 per jaar kunt u donateur worden en grote foto’s bekijken.
Word donateur en bekijk grote foto’sInformatie over deze foto / video
- Fotocredit
- Collectie : Eduard.M.Smit
- Collectie
- Eduard.M.Smit
- Jaar
- anno 1887
- Trefwoorden
- waterradmolen,radmolen,rad,schoepenraderen,schoepenrad,borculoseweg, beltrummerweg,ingestort,2 november 1890
Trefwoord voorstellen
Ziet u iets op deze foto dat nog niet bij de trefwoorden staat? Geef één trefwoord of naam door. Na controle voegen wij het eventueel toe.
Auteursrecht
Deze foto mag niet zonder toestemming van de rechthebbende worden gebruikt, gepubliceerd of verspreid.
@Anton, in verband met de verkoop van deze molen aan de Borculoseweg komen de namen van Rooij en Buve veelvuldig voor.
Zie reacties hier onder.
Ans, ik weet niet of deze molenkoper Frans A.L. Buve toen de logementhouder van de Pelikaan was. Hij trouwde Catriena van Rooij in 1835. Ik vermoed dat de Pelikaan meer in de fam. van Rooij moet worden gezocht.
Haar ouders stonden ook te boek als logementhouder tot hun dood (1843).
Hun 2e zoon Johannes Lodewijk Buve, getrouwd met Degener, had in elk geval de Pelikaan.
Mogelijk was Johan Arnold daar de tapper.
De water/korenmolen werd dus in 1866 gekocht door Frans A.L. Buve, logementhouder, en getrouwd met Catriena van Rooij. Misschien had de koop te maken met zijn zoon Joannes Wilhelmus Buve, die broodbakker werd. Deze trouwde net daarvoor, in 1865, met Berendina Wiegerinck. Dit zijn de voorvaderen van bakker Willem Buve in de Beltrumsestraat.
Johan Arnold Frank, toen nog kleermaker, trouwde ook een vrouw van Rooij, die binnen een jaar huwelijk overleed. Hij vertrok naar Amerika en keerde later terug met 2 zonen William en Johannes Eduardus uit een 2e huwelijk.
Lees het verhaal bij de 1e foto in deze map van van Dirk v.d. Meer!
Johan A. Frank ging in 1867 een maatschap aan met Frans Buve m.b.t. deze molen.
Zijn 2 zonen waren de laatste molenaars en waren beiden met bakkersdochters!!
Een van deze bakkersdochters was een Schoemaker, een nazaat van de van Batenburgs!
Familie dus van de vrederechter van Batenburg…de notaris van Basten-Batenburg….. de touwslager Willem van Sark (foto Maliebaan)….de blauwverver Borbeck (foto Markt 3)….én de burgemeester van Basten Batenburg in Lichtenvoorde.
Een andere zoon Johannes Lodewijk was logementhouder van de Pelikaan.
Gerrit, niet de middelste, maar het linkerrad ontbreekt.
Het lijkt me waarschijnlijk, dat de zonen van de heer Frank later de watermolen beheerden. In de jaren 1880 wordt namelijk zowel van Johannes Eduardus Frank (1854-1935) en William Frank (ca. 1853-1935) als beroep molenaar genoemd. Deze kinderen van Frank zijn trouwens allebei in Auburn in de staat New York geboren. Wat ze zijn gaan doen na het instorten van de watermolen weet ik niet. Ze zijn op vrij hoge leeftijd in Groenlo overleden.
Of Frans Buve (1809-1871) en Johan Arnold Frank (ca. 1815-1892) samen De Pelikaan exploiteerden, weet ik niet. Ze zaten wel in hetzelfde vak. Buve wordt meestal logementhouder genoemd, soms “tapper”. Bij Frank wordt steeds als beroep tapper opgegeven.
En om de vraag van Ans te beantwoorden: met provisorie wordt inderdaad het armenfonds bedoeld, denk ik.
Als ik het goed begrijp beheren Buve en Frank dan samen het logement De Pelikaan?
Nog een vraag: betekent provisering hier :”armenfonds”?
De naam “gasthuis en Provisoriefonds”is mij bekend. De boerderijen Groot- en Klein Stikken behoorden nog tot in de tweede helft van de 20ste eeuw tot het Hasthuis- en provisoriefonds.
Een jaar later gaat Buve een maatschap aan met kastelein Johan Arnold Frank, die daarvoor 2500 gulden inbrengt.
Nu wel: het was de logementhouder Buve:
De ondergeteekende Hendrik Jan Huiskes, Burgemeester van en wonende te Groenlo, verklaart bij deze te verkoopen en mitsdien in vollen eigendom over te dragen aan Frans Anton Ludwig Buve, logementhouder, wonende te Groenlo, die verklaart door mede onderteekening dezes in koop aan te neemen:
Een koren- en watermolen en erf, staande en gelegen in de gemeente Groenlo en bij het kadaster dier gemeente bekend in Sectie B. nommer 107 ter grootte van tachtig ellen, zulks met alle deszelfs lusten en lasten, regten en geregtigheden, heerschende en lijdende erfdienstbaarheden, zonder eenige uitzondering noch voorbehouding, zijnde het verkochte bezwaard met de navolgende jaarlijksche uitgangen, als: op Sint Marten aan de erven ten Cate te Haarlo, zeven mud vier kop rogge, aan de erven Boeveld onder Winterswijk, zeven mud vier kop rogge, aan de erven Levers onder Winterswijk, zeven mud vier kop rogge, aan het Gasthuis te Groenlo, negen mud acht en zestig kop rogge, aan den stadsschoolmeester te Groenlo, acht en tachtig kop rogge, aan den koster der Hervormde Kerk te Groenlo, acht en tachtig kop rogge en eindelijk aan de erven ten Cate, Levers en Boeveld te zamen eene geldrente van een gulden twaalf cents bekend onder den naam van een varkenspek, terwijl voorts het Gasthuis en de proviserie van Groenlo het regt hebben om op de voormelde molen ten allen tijde op Paschen, Pinksteren en Kersmis, zonder eenige betaling van maalloon, ten behoeve hunner armen granen te doen breken.
Deze koop en verkoop is aangegaan voor de som van twee duizend gulden, Nederlandsch courant, welke de Heer kooper aanneemt te betalen op den eersten December aanstaande
Datum: 20 april 1866. Bron: SARA, transcriptie D.Kuit
De windmolen werd in 1866 gekocht door het RK kerkbestuur. In het Achterhoeks Archief hebben ze een katern met de “koopakte van een windkorenmolen met erf of molenberg en het erfpachtrecht van een perceel grond bij de molen, 1866.”
Wie de watermolen kocht, weet ik niet.
Joost Gerrit Wevers molenaar van de Watermolen te groenlo in plus minus 1720.
En Johannus Weevers was waterkoorn molenaar op de watermolen te Hackfort.
Dan wevers met een e dan weer met twee ee. Waren volgens mij fam van elkaar.groeten, Joop
Dirk, in 1832 was de watermolen ook nog eigendom van de stad Groenlo. Bron: Kadastrale atlas 1832.
Op pagina 24 van bovengenoemde site OTGB zijn de watermolen van Groenlo en die van ’t Hackfort in Vorden naaste elkaar afgebeeld. Ik weet niet wat de reden daarvan is.
In het Algemeen Handelsblad van 15 januari 1866 worden 2 Groenlose molens te koop aangeboden:
Openbare Verkoop van eenen WIND- EN EENEN WATERKOORNMOLEN, HUIS, ERF EN TUIN.
De notaris J.F.A. WEYN, te Groenlo, zal op Dingsdag 23 Januarij bij inzet, en op Dingsdag 6 Februarij 1866 bij toeslag, telkens des morgens ten 10 ure, in de Pelikaan te Groenlo, publiek veilen en verkoopen:
a. Den WINDKOORNMOLEN, binnen de stad Groenlo met Molenberg en Erf, verhuurd à f 550 ’s jaars.
b. Een HUIS en ERF (regt van opstal).
c. Een TUIN binnen Groenlo.
b en c verhuurd à f 47 ’s jaars.
d. Den WATERKOORNMOLEN op de Slinger bij Groenlo, verhuurd à f 310 en 40-70 mudden rogge ’s jaars.
Informatien zijn te bekomenten kantore der notarissen G.E.H. TEN BRAAK, te Eibergen, en J.F.A. WEYN voornoemd. Brieven franco.
Dat is een interessant gegeven.
Nu ben ik benieuwd wie de koper was.
Begin 19e eeuw was de watermolen eigendom van de gemeente:
BURGEMEESTEREN van Groenlo, zijn voornemens, op de Conditien door den Edele Achtbaren Raad gearresteerd, op Maandag den vijftienden December dezes jaars, des morgens ten tien uren, op het Raadhuis aldaar, aan den meestbiedenden, te verpachten:
1. De Stads KOORN – WATER – MOLEN, gelegen even buiten Groenlo, en zulks voor den tijd van zes jaren.
2. Het Regt van de BELEENBANK, en zulks voor vijf jaren en acht maanden.
bron: Arnhemsche Courant, 1 november 1817.
Op deze opname ontbreekt het 3e / middelste waterrad
In het O.T.G.B , het Oostgelders Tijdschrift voor Genealogie en Boerderij onder zoek O.T.G.B. staat wel iets geschreven over deze molen, maar het betreft meer de mensen die er in de loop van de eeuwen gewoond hebben.