Jaar: 1949Collectie: Eduard.M.Smit
Meer foto’s uit dit albumDeze foto hoort bij het album Notenboomstraat.
Bekijk het volledige albumGrote foto voor donateursVoor minimaal €20 per jaar kunt u donateur worden en grote foto’s bekijken.
Word donateur en bekijk grote foto’sInformatie over deze foto / video
- Fotocredit
- Collectie : Eduard.M.Smit
- Collectie
- Eduard.M.Smit
- Jaar
- 1949
- Trefwoorden
- notenboomstraat,zon,schaduw,huizen,deur
Trefwoord voorstellen
Ziet u iets op deze foto dat nog niet bij de trefwoorden staat? Geef één trefwoord of naam door. Na controle voegen wij het eventueel toe.
Auteursrecht
Deze foto mag niet zonder toestemming van de rechthebbende worden gebruikt, gepubliceerd of verspreid.
In het middelste huis ( 2 onder een kap) woonde Da van Emden. Ze was eerst gehuwd met keizer en later met Jamin.
Jo Draaier had een zoon Herre en die woonde enkele jaren geleden in Ruurlo, de achterkant van ons huis aan de Notenboomstraat had een grubbe en daar zat het huis van Gankvoort ook aan
Ja,Herre Gankvoort.Jo Gankvoort haar 2e huwlijk was met Draaier,en of Draaier kinderen had weet ik niet ,maar Draaier had geen kinderen met Jo.
Jo Draaier was zijn 2 de vrouw had zij kinderen ?
Ja,een zoon Herre Gankvoort.
Had Jo Draaier Kinderen in Groenlo ?
Hoort niet helemaal bij deze foto maar het winkeltje van Jo Draaier (ik ben er tegenover geboren) was schitterend. Ik kan me nog helemaal herinneren hoe het was. Ook hoe, als je binnenkwam, tante Jo al waggelend via de gang onder een toog door de winkel in kwam. In Zutphen is een winkel, de Pelikaan, die enigzins aan het winkeltje doet denken.
Klopt Bennie. Voor Joop Hubers is Jo Gantfoort dus tante Jo Draaier.
Joop,De vrouw van Hein Gankvoort heet Jo,maar haar 2e huwlijk was met Draaier,altans meende wel dat ze waren gehuwd.
Ik kan me het oude kruidenierswinkeltje van Gantvoort in de Nieuwestraat goed herinneren, naast kapper Lichtenberg, jaren ’60.
Maar hoe kom ik dan bij de naam “tante Jo Draaier”?
Hein Gankvoort en hr Kaak [fietsenmaker]ze deden bonen en potaardappels poten ,ze namen een buis van circa een meter lang en daar gingen de bonen en potaardappelen door,de oude hr Hubers kwam achter de protestanse kerkhof wel eens een praatje maken,volgens mij moet daar een foto van zijn,Hr Hubers zeg heren,wat maak ie dan,Kaak zeg,wie bunt an het potten,moar woaromme dee buize,och zeg Hein ;dan hoof wie ons neet te bukken.echt woar.Bie Olde Grolsen mot dit toch bekent wean,of need dan.
Brrrrrrrr…stokvis! gruwelijk zout. In Portugal eten ze het nog wel. Bakkeljau noemen ze het. Wij zullen het wel niet op de goede manier bereid hebben vroeger.
In de buurt van Riet Solberg-Kiezebrink op de Lofoten (Noorwegen) hangen die vissen echt aan stokken te drogen. Die stokvis wordt geexporteerd over de hele wereld.
Herre is zijn naam.Zijn moeder hete Jo en vader Hein.En Hein zijn zuster was Sientjen.Ze verkochten in hun winkeltjen ook stokvis een geweldig artikel om aan te bevelen.Volgens mij ne nacht in het water en dan ???,een keer gegeten en nooit weer.Niet te pruimen.Maar Gankvoort waren prima leu,hele goeie herinneringen an.
herinner me twee winkeltjes naast elkaar, de ene zeker textiel en de andere? kruidenierswaren?
Ja Loes, die is het. Hein en Jo hadden een zoon, Herre of Herman.
Ans ik kan mij nog ene Hein Gantfoort herinneren van de textiel winkel aan de Nieuwestraat.Deze man met héél véél humor zat op zaterdagmiddag bij ons thuis naast huishoudschorten en ondergoed ook moppen te verkopen.
Antoon heeft bij mij op de klas op de Basis gezeten wie weet of hij nog leeft en zo niet hoe oud is hij geworden ?
Klopt allemaal Loes. “tante” Da was een monument van een vrouw en Antoon mochten we allemaal wel.
Ans ik kan mij Da ook nog goed
herinneren ook haar zoon Antoon op zijn driewieler.De vader stond vaak op de Boompjeswal met de ijskar volgens mij had hij een hele grote snor.
Ik meen deze twee huisjes al op de kadastrale atlas van 1832 te zien. Het zijn waarschijnlijk de nummers 72 en 73. De eigenaar van beide huisjes was H.J. Gantfoort. Ook bezat deze H.J. Gantfoort twee huizen in de Nieuwestraat, namelijk de nummers 78 en 79. Een eeuw later was de situatie dus nog zo dat je via huisje 73 binnendoor naar het huis van Gantfoort ( nu kringloopwinkel) aan de Nieuwestraat kon komen.
. Gantfoort moet wel een voorname familie geweest zijn. Weet iemand er meer van? Ik meen op scherpinbeeld iets over die familie gelezen te hebben, maar waar?
In de
genealogie van de familie Gantfoort
meen ik te lezen dat deze Hendrik Jan Gantfoort omstreeks 1832 wethouder te Groenlo was.
Bij nr. 35, een pand in de Beltrumsestraat wordt Hendrik Jan bij de voornamen genoemd.
Dat pand was via een steegje of grup via de Notenboomstraat te bereiken.
Zijn eigendom grenst daar aan dat van Gradus Bernardus Wieggerink, kastelein en stalhouder (Nu Ethos).
Ene Jan Hendrik Gantfoort bezat een perceel aan de Walsteeg, namelijk nr. 52.
Of Jan Hendrik een broer was van Hendrik Jan is me niet bekend.
Een van de tweeling is meende na Canada,of een ander land gegaan,jaren geleden.
Ans ik weet dat nog de tweeling is van mijn leeftijd ik ben gelijktijdig met hun naar de keuring van de Militaire dienstplicht geweest ik weet niet of Jannie of Hennie met Willie keizer is getrouwd ik zie ze nog geregeld in Groenlo
Willy Keizer is gehuwd met een van de tweelingingen van Kiens, Wie weet dat nog?
Bedankt Gerrit,ik wist het niet zeker meer.
Bennie, dat was Marie Gralike.
Gruliker of Orieéns,was de meises naan van de vrouw van Willem Keizer.
Had Keizer-Van Emden kinderen?. Een zekere[ meende] Willem Keizer is tragisch verongelukt bedrijfsongeval momocon,was het Keizer-van Emden zoon,of een broer van Keizer.Willem woonde in het stationshuisje Eibergseweg en was gehuwd met Gruliker ze kwam uit Lievelde.
Roy, achteraf jammer dat deze huisjes gesloopt zijn. Ze waren een voorbeeld van de eerste sociale woningbouw.
Men weet het nu niet meer wat daar de historische grondslag voor was. Gelukkig dat het stadsbooederijtje enige huizen verder in de straart er nog is.
We wteen inmiddels veel oiver de 80- jarige oorlog maar minder over de negentoende en begin 20ste eeuw en de mensen die rondtrokken met hun ambulante handel. In een barre winter in het begin van de 20ste eeuw zorgde pastoor Smit dat rondtrekkende mensen met hun ambulante handel zich konden vestigen in huizen in de binnenstad. Of dit goed was valt achteraf nog maar te bezien.
Roy ik denk dat de bewoners toen blij waren met de geriefelijkheid die ze er voor terug kregen en de bouwvalligheid aan dit pand lijkt me al aardig begonnen waarom ben jij eigenlijk in een nieuwbouw huis begonnen en niet in een mooi oud pand gr Jan
Jan, omdat vele grollenaren ook zo dachten is er veel te veel authentieks gesloopt. Die betrekkelijke bouwvalligheid wordt natuurlijk door de eigenaar die iets nieuws wil, aangemoedigd. En de leek volgt hem daarin. Zolang een pand geen direct instortingsgevaar kent is het mijns inziens geen bouwval.
Wat een prachtig nostalgisch pand!
Waar heeft het gestaan in de Notenboomstraat? De namen zeggen mij niet zoveel…
Kijk eens Ans,je weet er nog wel wat van,maar ja je was er eerder als ik.Het huis van Johan Abbink zegt mij wel wat.Da is dus eerst getrouwd geweest met Keizer dus nadien met later de ijscoman Louis Jamin.toch mooi nog deze foto te zien.groet
Jan, toch heel interessant. Het deel van het dubbele woonhuis links was in mijn kindertijd een pakhuis. Het rechterdeel gaf doorgang tot de tuin van de familie Gantvoort. Dat huis dat je hier ziet was een speelparadijs voor de kinderen uit de straat. Er zat nog een bedstee in en een haard met tegeltjes. Die zouden nu een vermogen waard zijn.
Rond 1905 woonden hier mensen die hun geit aan een paal hadden voor aan de straatzijde van het huis. Kinderen gingen op stap met die geit om hem te laten “weiden” Er was zelfs een mesthoop voor de deur. (iedereen in de straat had in die tij d een varken of een geit) De baby’s kregen geitenmelk te drinken. In 1939 is dat allemaal verboden. Er zijn nog krantenartikelen bewaard waarin dat verbod gepubliceerd is.
Mijn toenmalige overbuurvrouw, mevrouw Da Jamin-van Embden is hier geboren. Oudere Grollenaren zullen zich haar nog wel kunnen herinneren. Een markate persoonlijkheid , weduwe van de heer Keizer en later gehuwd met Louis Jamin. Zij kwam uit een kleurrijk gezin, waar heel veel muzikaliteit in zat. Als haar broer (Bertus?) op zomeravonden bij de gracht stond te zingen liep de hele straat uit om te luisteren. Beroemd was hij om het lied “Jeruzalem mij n Vaderstad”
Rechts zie je nog een deel van het huis van Snit Abbink. Links van de toen al onbewoonbaar verklaasrde wonign woonde Marie Nieuwenhuis met haar vader.
Bij Marie was het altijd open huis. De kinderen uit de straat en de kinderen van timmerman Reukers uit de Beltrumsestraat (moeder Kaatje Frank was een vriendin van Marie) konden er altijd terecht om te spelen met de knopen uit haar enorme knopendoos (Marie was naaister). Achter het huis stond nog een oude stadsput en in het halletje ging een kooi met een tortelduif.
Ergens in scherpinbeeld is al vermeld waar zo’n kooi voor diende.
Wat een Bouwval ?