Meer foto’s uit dit albumDeze foto hoort bij het album Het boeren leven.
Bekijk het volledige albumGrote foto voor donateursVoor minimaal €20 per jaar kunt u donateur worden en grote foto’s bekijken.
Word donateur en bekijk grote foto’sInformatie over deze foto / video
- Fotocredit
- Collectie : J.H. Klein. Nyenhuis
- Trefwoorden
- boeren leven,roggeland,personen,mannen,vrouwen
Trefwoord voorstellen
Ziet u iets op deze foto dat nog niet bij de trefwoorden staat? Geef één trefwoord of naam door. Na controle voegen wij het eventueel toe.
Auteursrecht
Deze foto mag niet zonder toestemming van de rechthebbende worden gebruikt, gepubliceerd of verspreid.
Dit is mijn opa Toon ten Have, samen met zijn broers en zussen Jan Theo, Mina en Dina. Foto is gemaakt op het land aan de smidjesdijk 2 Lievelde.
Willy misschien wil je even overleggen met je broer Bertus. Hij werkt in ons museum.
Mooi Gerrit, bu’w d’r toch nog oet e’kommen.
Gerrit, wat een geweldig speurwerk ! Nu eea duidelijk is heb ik voor geinteresseerden nog in mijn bezit een Zich met kromhout, een Hoarspit met hamer, een Pikhaak kompl., een Dorsvlegel en enkele oude foto’s waarop de gereedschappen toegepast worden.
Wij zijn er op uitgekeken en als bv het verbouwde (boerderij)Museum ze wil hebben dan komen deze spullen goed terecht!
Mijn vraag van 3-9-2012 is opgelost. Mijn broer Jan vond in een oude advertentie het woord “snaden”. Ik heb daarna verder gezocht op het enkelvoud “snaad” en vond het volgende:
*Snade en swade in het Middelnederlandsch Woordenboek
In het Middelnederlandsch Woordenboek (MnlW) zal men vergeefs zoeken naar benamingen van het type snaad. De vermelding *snade in deel VII, kolom 1383, geeft echter de plaats aan waar we moeten zoeken. Het MnlW zegt daar ‘Verkeerde lezing voor swade (suade), naam van het kromme hout aan eene zeis; ook zeis’. In kol. 2464 van dit deel geeft het MnlW dan bij swade een vijftal attestaties uit De Cameraars-rekeningen van Deventer1).
Dus een snaad is de naam van het kromme hout aan een zeis.
Johan,wie het weet mag het zeggen,wie zijn dit dan??
In de eerste reactie zat de vraag wie de personen waren. Daar is verder niet op gereageerd.
Wie is wie? Een hint: personen uit de familie ten Have (Smitjes)
Ik geniet enorm van de reacties!
Zou kunnen dat ze daar steel mee bedoelen, en dan zou Jan gelijk kunnen hebben. De zigsnö zou dan van een tak gemaakt zijn die speciaal voor de zichte gesnoeid is…. duch mi’j
Bernard, zou dat “snö” dan het dialectische meervoud van “steel” kunnen zijn? Mijn grootvader maakte die namelijk. Hij zocht speciaal daarvoor natuurlijk gevormde takken.
Gerrit, ik wette dat ne zichte ne wat kortere zeise is en gebroekt wier bi’j ’t rogge meaien. Wat ne Zigsnö is wette ik neet moar ik zal is wat rondheuren. Wi’j komt d’r nog wal oet duch mi’j
Bernard, kan jij mijn vragen van 3 en 15 september beantwoorden?
Joa Ans en Siegfried, en dat tängelen van de zichte oftewal de zeise gebeurden op ’n hoarspit. Dat was ’n klein aambeeldjen dat met e’tord wier noar ’t veld. Dat hoarspit kump ok nog veur in de legende van de witte-wieve in Zwiep…. zeuk moar op.
Ans dat was het tikken (tengelen) met een hamer op de zeis aan beide kanten,en daarna werd de wetsteen gebruikt
Ja Ans ,Dat weet ik nog heel goed zelfs,ik doe dat nog steeds met mijn staal die ik gekregen heb in 1955 toen ik mijn slagers vakdiploma gehaald heb. Met een stomp mes kan een echte slager niet werken.
ik hoor nog zo het tikkende geluid als de buurman in de Holterhoek de zeis aan het scherp maken was.
Ik zie nog voor me het staal waar mijn vader de messen mee sleeo. Weet je dat nog Siegfried?
Een zeis word aangescherpt met een wetsteen,de steen word nat gemaakt met water,vroeger hadden de boeren een koehoorn aan hun riem en die was dus gevuld met water dat ze nodig hadden voor het steeds weer slijpen van de zeis.dat slijpen is ook nog een kunst,je kunt het vergelijken met een mes aanzetten ,zoals bij de slager.
Nog 1 keer dan: de zeis (Nederlands) heet in Winterswijk: Zwaa, in Groenlo en Beltum: Zeize en op enleke plaatsen zelfs: Zig of Zich, ga zo maar door. Er zijn meerdere namen voor hetzelfde.
De steel met haak die ik in een vorig bericht benoemde heet: Pikhaak (hoe kan het ook anders.) Enkele soorten Pikhaken waren ook weer voorzien met het korrelige slijpmateriaal (Korund) om de Zig (kleine éénhand zeis)te scherpen/slijpen/strijken.
De naam Zeizenstrik komt mogelijk van het Nederlandse “Zeizenstrijk”
Martie, wat jij bedoeld heet een “zeizenstrik” een houten plankje van ongeveer 60 x 4 x 1 cm, voorzien van een korrelig,slijpend materiaal. Zeg maar een soort van aanzetstaal.
(messenscherper)
Een zig is een maaigereedschap vergelijkbaar met een zeis, echter met een kortere “steel” (ongeveer 70-80 cm.) en een korter snijblad.
Door de korte steel kan de zig met 1 arm gebruikt worden, vaak rechts.
De zig wordt gebruikt om graan op stam te maaien. De zig is dan 1 gereedschap en er hoort nog een gereedschap bij nl. een steel van ongeveer 70-8- cm. met een soort van haak aan het einde. Vaak gebruikt met de linker arm.De boer maaide met de zig het graan, en trok dat met het andere gereedschap weg om ruimte te maken voor de volgende maaislag. Zou dat gemaaide graan niet weggetrokken worden (dus alleen maaien als met een zeis) dan wordt het maaiwerk zwaarder doordat men het gemaaide deels opnieuw maait met alle volgende maaislagen, komen de graanstengels door elkaar te liggen en is dan vrijwel niet meer tot schoven te binden.
Is de zig niet dat ding waar je zeis mee aanscherpte? Men had het vroeger wel eens over de zig en de zeis. In de symboliek heeft de figuur van de dood (Magere Hein) altijd een zeis bij zich, dat een synoniem voor doodgaan is, “De man met de zeis ontmoeten”.
Willie, het woord zigsnö had wel betrekking op die handzeis en ik denk dit woord de meervoudsvorm was van …..? Ik hoop dat Bernard Bonenkamp, onze dialectkenner, hier een verklaring voor heeft.
poging 2: Zig is zeis en snö is snoeien, dus zeis snoeien, wie volgt. gr.
Ik wil een poging wagen: Ik geloof niet dat “zich”hier niet de :zeise”als maaiinstrument word bedoeld maar meer als – zigsnowal dwz. zie je nu wel ! word bedoeld. Da t was min of meer een stopwoord ! eerder.
Mijn grootvader, Jan Overbekking, maakte vroeger die houten stelen voor dergelijke handzeisen. Ik hoorde toen regelmatig het woord “zigsnö” vallen. Kan iemand dit woord verklaren/vertalen?
Ja daar doen ze nog rogge binden met een kop zeel maar wie zijn die personen?? en waar