Meer foto’s uit dit albumDeze foto hoort bij het album Kevelderstraat.
Bekijk het volledige albumGrote foto voor donateursVoor minimaal €20 per jaar kunt u donateur worden en grote foto’s bekijken.
Word donateur en bekijk grote foto’sInformatie over deze foto / video
- Fotocredit
- Collectie : Berry Temminghof
- Trefwoorden
- Kevelderstraat :
Trefwoord voorstellen
Ziet u iets op deze foto dat nog niet bij de trefwoorden staat? Geef één trefwoord of naam door. Na controle voegen wij het eventueel toe.
Auteursrecht
Deze foto mag niet zonder toestemming van de rechthebbende worden gebruikt, gepubliceerd of verspreid.
Volgens mij is de grafsteen in de Oude Calixtus nog aanwezig. Althans, de naam komt me bekend voor als grafsteen.
Judith van Dorth was op 5 september via boerderij Wissink in Zwolle naar Groenlo gereisd, om Suideras en de erfprins te zien. Bij terugkomst in Lichtenvoorde bleek dat tijdens een café-ruzie de patriot Frederik Reesink was doodgestoken. De freule riep toen onverstandige dingen: “O, dat is er nog maar één, daar moeten er meer aan, het was maar een patriot!” en tegen haar broer zei ze: “Toon (de koetsier) moet direct naar Grol om 4 à 500 huzaren te halen, dan moeten ze allen kapot!”
Wat was de rol van de Freule van Dorth in deze gebeurtenissen?
Theo Groot Kormelink kwam uit Zwolle ( boerderij Florien) . Het echtpaar Reierinck was kinderloos, vandaar dat Theodoor Groot Kormelink opvolger werd in de bakkerij. Nog in mijn kindertijd werd gesproken over “bakker Reirick”.
In het Gelders Archief in Arnhem heb ik laatst een dik pak documenten
gevonden over de gebeurtenissen in Groenlo op donderdag 5 september
1799, en vooral over de rol van oud-burgemeester David Wyginck. In 1795
was stadhouder Willem V door de patriotten verjaagd, met steun van de
Franse revolutionaire legers. Nederland was de Bataafse Republiek
geworden, onder de leuze Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. De
Oranjegezinde bestuurders, zoals de Groenlose burgemeesters Abbinck
(Noteboomstraat 18) en Wyginck (Kevelderstraat 24), werden toen
afgezet. Op de Markt werd een vrijheidsboom opgericht.
Op 5 september 1799 vond een contrarevolutie plaats. Een legertje van
uitgeweken Oranje-aanhangers onder leiding van baron van Heeckeren tot
Suideras trok de grens over en nam de macht over in Winterswijk,
Bredevoort, Aalten en Dinxperlo. Vanuit Winterswijk werd een kleine
troep onder leiding van 3 officieren naar Groenlo gestuurd, Suideras
zelf ging niet mee. Ook uit Lichtenvoorde kwamen enthousiaste
Oranje-aanhangers. Het gerucht ging daar, dat niet alleen Suideras maar
ook de Prins van Oranje in Groenlo waren. De orangistische
contrarevolutie mislukte echter. Suideras
trok zich diezelfde dag terug in Gemen (bij Borken). In de maand daarna
maken Franse militairen en een leger van patriottische Utrechtse
vrijwilligers een einde aan de opstand.
In Groenlo was het huis aan de Kevelderstraat (de latere groentewinkel
van Piet Legro) die dag het centrum van opstand. Na het voorlezen van
een proclamatie op de Markt, het omhakken van de vrijheidsboom (de
“schandpaal” volgens de officieren) en het uitsteken van de oranje vlag
namen de officieren hun intrek bij de familie Wyginck. Ze kregen er
koud vlees, brood en wijn. Aan het gemeentebestuur was inmiddels te
verstaan gegeven, dat men niets mocht doen zonder medeweten van de
oud-burgemeester David Wyginck…
…Diezelfde avond ontvingen de troepen een bevel om weer te
vertrekken.
Hoe moet Wyginck zich toen gevoeld hebben? Besefte hij toen al, dat hij
zijn nek had uigestoken, en nu het risico liep zijn hoofd te verliezen?
Uit de latere verhoren van David Wyginck blijkt o.a.
Dat de Commandant heeft geordoneert dat er wagtten moesten betrokken
worden.
Dat de manschappen in de straat voor gedetineerdes huis ten dien einde
zijn vergadert.
Dat de commandant Westerhold, destijds aan gedetineerdes huis was.
De poorten werden bewaakt, niemand mocht zonder toestemming de stad
verlaten. Er waren dus passen nodig. Oud-burgemeester Wyginck heeft die
vervolgens op zijn naam uitgegeven. Hij zal daar later veel spijt van
hebben gehad,
want deze “briefjes” konden immers aantonen dat hij gezag had
uitgeoefend tijdens de opstand.
Op 18 oktober wordt oud-burgemeester David Wyginck gearresteerd. In
Winterswijk is dan al een militaire rechtbank geïnstalleerd, om de
schuldigen te straffen. Het eerste doodvonnis (tegen een smid uit
Dinxperlo, die met een geweer had rondgelopen) is dan al uitgesproken.
In november wordt Judith van Dorth, vrouwe van Harreveld, wegens haar
gedrag op 5 september ter dood veroordeeld en in Winterswijk
gefusilleerd. In haar afscheidsbrief schrijft ze dat haar reis naar
Groenlo de oorzaak was van haar dood.
Als aanklager was opgetreden Mr. Daniel Bom (Groenlo 1743 – Bredevoort
1830), burgemeesterszoon uit Groenlo en oud-secretaris van de stad. In
het dossier van Wyginck bevindt zich ook een brief van Mr. Bom van 31
oktober 1799, waarin hij schrijft dat hij het druk heeft met de
militaire rechtbank, maar dat hij graag kopieën van de stukken over
Wyginck wil ontvangen. Hij sluit af met de patriottische groet:
Achting! Heijl! Eerbied!
Wordt vervolgd…
In de Groenlose Gids van 17 februari 2016 het bericht dat B&W akkoord is met de gewijzigde plannen voor dit pand in de Kevelderstraat. Lof voor de gebroeders Klein Gunnewiek, die mee willen werken aan het behoud van de oude gebinten en de 400 jaar oude kelder! En mooi dat de historische erker weer terugkeert.
Ook de 18e-eeuwse bewoners kwam ik deze week weer tegen, in het fraaie nieuwe boek van Joep van der Pluijm: Een Vestingstad vertelt.
Daarin een artikel over het begraven in de Oude Calixtuskerk. In een overzicht uit 1806 blijkt dat burgemeester David Wijginck in 1780 een graf aanschafte. Hij was toen 31 jaar, en zou pas in 1804 overlijden. Er is ook bekend wat hij daarvoor betaalde: 10 gulden en 10 stuivers.
In de zomer van 1940 hebben Coen Plieger en Jos Banning de grafstenen in de kerk beschreven. De steen van burgemeester Wijginck was er toen nog, in de zuidoostelijke hoek, dus rechts voor het koor. Het opschrift was D. WYGINCK ANO 1780. Bijzonder was, dat voor deze “protestantse” grafsteen een rooms-katholieke altaarsteen hergebruikt was. Er waren 5 kruisjes en ook een bergplaats voor een relikwie. De kleur was lichtbruin (Savonière). Formaat 119-207 cm.
Zou deze steen er nu, na zoveel restauraties van de kerk, ook nog zijn? En is Wijginck er in 1804 wel onder begraven? Hij was toen al bijna 10 jaar geen burgemeester meer. Het is wel raar dat alleen het aankoopjaar op de steen vermeld is, maar niet de uiteindelijke overlijdensdatum.
Ik ben uiteraard ook niet blij dat zo’n eeuwenoud pand afgebroken zou worden. Het is een heel verhaal dat ik la en ik zal vervolgen in “Op de Proatstool”.
Roy, ik las het op http://www.contact.nl/regio/groenlo
Interessant bouwplan-voor-panden=in grolse-keverlderstraat. Vervolgens klikte ik op een link. Ik kreeg de indruk dat er wel gesloot moest worden. Wel moesten de binten van het monumentale pand weer worden ingepast in het noeuwe pand.
Sorry Ans, maar het ligt volgens mij helemaal niet de bedoeling om iets met een verbinding, de ruimtelijke kwaliteit en laat staan de cultuurhistorische waarden van deze plek wat te doen. Althans, voor wat ik heb gezien vanaf de visualisaties. Ze komen van de gemeente, die STAD Groenlo liever in nieuwe stenen ziet dan in oude.
Het ligt in de bedoeling dat de panden Kevelderstraat 22 en 24 afgebroken worden om doorgang te verlenen aan een steeg die de Kevelderstraat met de Koningssteeg verbindt. Zie de facebookpagina van http://www.streekgids.nl of het archief van Streekgids.
Gerrit, de Wijggincks komen oorspronkelijk uit Winterswijk en bezaten ook
gronden bij Meddo. Ze zijn o.a. verwant aan de familie Willinck. Het is
niet zo dat de naam later Wiegerink werd, die naam kwam destijds ook al
in Groenlo voor, maar dat was een andere familie.
De Groenlose tal van de familie Wijgginck is in die zin uitgestorven,
dat dr. Gerrit Gosewijn Wijgginck uit de Kevelderstraat vooral dochters
had. De enige zoon die ik gevonden heb, de Groenlose burgemeester David
Wyginck (1749), trouwde laat (met CA Rasch) en stierf volgens mij
kinderloos.
Een zus van David, Johanna Amalia Elisabeth Wyginck (1747) trouwde met
overste JJ Colson Aberson (1736-1801) te Doesburg. In 1819 kwam het
huis in handen van de familie Colson Aberson, een familie van notabelen
met veel banden met Groenlo. Dochter LR Colson Aberson woonde bij haar
tante LR Wijginck in, en erft dan het huis. Zij trouwde met WJ
Roelvink, o.a. wethouder van Groenlo en secretaris van de gemeente
Lichtenvoorde. De twee zonen van Roelvink vertrekken rond 1855
naar Amerika.
Het huis is dus minstens 100 jaar familiebezit geweest. En eigenlijk
zijn de bewoners steeds notabelen, dus het is waarschijnlijk steeds een
voornaam huis van twee verdiepingen geweest (nog te zien aan
vakwerkzijgevel), en nooit een stadsboerderij. Waarschijnlijk is het op
dit moment een van de oudste panden in de Kevelderstraat in min of meer
de oorspronkelijke vorm. Er was een grote tuin aan de achterzijde, en
een schuur aan de Koningssteeg. Op dit moment (door diverse
sloopwerkzaamheden) is de achtergevel van het pand, dat de meesten van
ons kennen als de groentewinkel van Legro, goed te zien vanaf de
Koningssteeg.
@ Dirk, zou de latere Wijgerink’s/Wiegerink’s nazaten van van de familie Wijgincks kunnen zijn?
Bijzonder is de plek van de lantaarnpaal voor het huis. Zoals op deze foto uit ca. 1904 blijkt, waren gemeentelijke lantaarnpalen vroeger nogal zeldzaam. Dat zal in de 18e eeuw zeker ook het geval zijn geweest. Toch is bekend dat er in 1756 hier ook al een lantaarnpaal stond.
In de stadsrekening (zie de site van de Oudheidkundige Vereniging) van januari 1756 staat:
Den 24 een schaarpaal aan den lanteernpaal bij do[cto]r Wijgincks huis 0:5:0
De stad heeft toen dus 5 stuivers uitgegeven om de lantaarnpaal te schoren, dus met een schuin geplaatste balk te ondersteunen.
De hieronder genoemde “hof met daarin staande Koepel even buiten de Beltrumsche Poort” is terug te vinden in de kadasterkaart van 1832 onder sectie B, nummers 275 en 276. Het is dan de tuin met tuinhuis van WJ Roelvink, echtgenoot van LR Colson Aberson. De tuin lag meteen rechts, als je vanuit de stad de brug bij de Beltrumsepoort overging. Destijds was de Ruurloseweg er nog niet, de huidige Oranjestraat liep door tot de gracht. De tuin is dus de achtertuin van het huis Schaarbroek / Casa Cara, en de parkeerplaats van de Emté.
Ongeveer waar nu het fietsbruggetje van de parkeerplaats naar de Houtwal ligt, stond het tuinhuis (“koepel”) van juffrouw Wijgginck, direct aan de oever van de gracht.
De ouders van Lucretia Reiniera Wijggink waren dr. Gerrit Gosewijn
Wygginck en Geertruit van Brienen. De familie was rond 1750 aan de
Kevelderstraat komen wonen. Het was een voorname protestantse familie.
De vader, grootvader en overgrootvader van moederszijde waren
burgemeester van Arnhem geweest. Haar broer David Wygginck (1749-1804)
promoveerde in de rechten aan de universiteit van Utrecht en was
burgemeester van Groenlo van 1778 tot 1795, en namens Gelderland ook
lid van de Staten-Generaal.
Het testament van juffrouw Wijgginck bevatte o.a. de volgende
bezittingen:
haar huis binnen de stad Groenlo genummerd 285 (daar wordt mee
bedoeld: Kevelderstaat 24);
haar Hof gelegen voor de stad Groenlo buiten de Beltrumsche Poort aan
het Moolenpand met de daarbij gehorende visserijen;
haar hof met daarin staande Koepel even buiten de Beltrumsche Poort
haar meubilaire inboedel, haar contante penningen, haar goud en
zilverwerk, haar klederen en al haar lijfstoebehoorens etc.
Het is nu 200 jaar geleden dat Napoleon in de slag bij Waterloo
verslagen werd. Voor de kosten van de oorlog werden vrijwillige
bijdragen ingezameld. De Nederlandsche Staatscourant van 5 juni 1815
publiceerde de giften van de volgende Groenlose burgers:
AJJ Hummelinck, notaris te Groenlo, 10 % van zijn verdiensten als
notaris
JJ Ricardo, secretaris van Groenlo f 25:0:0
BJA Hummelinck, gepensioneerd kapitein f 110:0:0
CH Hummelinck, gepensioneerd kapitein f 50:0:0
JR Velte, gepensioneerd kapitein f 10:10:0 (dus 10 gulden
en 10 stuivers)
GJ Huiskes, molenaar f 25:0:0
AP van Siepkamp, rector der Latijnsche scholen f 10:0:0
EH Huijskens f 50:0:0
E. Abbinck f 10:10:0
LH Abbing, jongste predikant te Groenlo, eene maand van zijn
tractement f 62:10:0 (dus 62 en een halve gulden)
LR Wijgginck f 25:0:0
Naast alle mannen is de laatste gever bijzonder, want Lucretia Reiniera
Wijgginck (Wyggink, Wiegink) is de enige vrouw in het gezelschap. Zij
was ongetrouwd, en eigenaar/bewoner van het pand Kevelderstaat 24 (het huis met de erker, links). Bij
testament liet “juffrouw Wijgginck†het huis na aan haar inwonende
nicht Lucretia Reiniera Colson Aberson (1786-1855). Zij overleed aan de
Kevelderstraat 24 op 23 juni 1819.
Ah, mooi mannen, dat schept duidelijkheid. De foto is dan uit de zero’s van de 20ste eeuw.
Dat van 1904 zal wel kloppen. Ik heb deze ansichtkaart ook in origineel en bij mij staat er een poststempel op van 10-05-1907.
Martie, als ik het goed kan lezen is de poststempel van 1904
Bennie, dat kon wel eens zo zijn. Ze kwamen inderdaad van Zwolle bi’j Grolle. De foto lijkt mij te komen uit de twintiger jaren van de vorige eeuw.
Martie;was Theo Groot Kormelink zijn moeder niet van Reijrink,ik meende dat ze van Zwolle kwamen of Holterhoek Martie de bakkerskar staat er voor dus dan was het toen al een bakkerij,maar wat denk je hoe oud is de foto.?
Bennie, de bakkerij van Groot Kormelink zat er al voor 1940. Mijn vader is in 1936 bij bakkerij Pijnappel begonnen en een aantal jaren later naar Groot Kormelink gegaan en heeft daar gewerkt tot in 1948. Volgens mij was het voor bakkerij Groot Kormelink bakkerij Reijrink, mijn vader had het vaak over “ome Reijrink” die ook bakker was en dat dat zo’n fijne man moet zijn geweest. “Ome Reijrink” was een oom van bakker/wethouder Theo Groot Kormelink, hij en zijn vrouw hadden geen kinderen .
Beste redactie, de foto is ingezonden door Berry Temminghoff.
Mooie foto Bert;waar de dames staan was in mijn tijd 1946 boekhandel Wiegerink.iets verder bakker Groot Kormelink,denk dat het toen al een bakkerij was,links het huis van Heijmans.allen zijn druk bezig.leven genoeg tel zo circa 12 mensen.