Meer foto’s uit dit albumDeze foto hoort bij het album Zwembad De Bempte.
Bekijk het volledige albumGrote foto voor donateursVoor minimaal €20 per jaar kunt u donateur worden en grote foto’s bekijken.
Word donateur en bekijk grote foto’sInformatie over deze foto / video
- Fotocredit
- Collectie: Henk Geelink
- Trefwoorden
- zwembad de bempte, duikplank, zwembroek, badpak, water, recreatie, badmuts, gemengd zwemmen, jongens, meisjes, springplank, badhokje, badmeester, recreatie, schoolzwemmen, water, zwemmen, zwemles, buitenbad
Trefwoord voorstellen
Ziet u iets op deze foto dat nog niet bij de trefwoorden staat? Geef één trefwoord of naam door. Na controle voegen wij het eventueel toe.
Auteursrecht
Deze foto mag niet zonder toestemming van de rechthebbende worden gebruikt, gepubliceerd of verspreid.
Op de achtergrond de Lichtenvoordseweg.
Hierboven allerlei informatie die zijdelings te maken heeft met de gepubliceerde foto van 12 januari 2013. Hier was nog het huis van Wolbering te zien.
Theo van Druten meldde bij een foto van Vredehof dat het kerkepad vanaf ’t Erve ’t Grotenhuis (bij de Grotenhuizer of Franse Schans) naar de Oude Calixtuskerk liep over de Zomeresch, Kopperslag, langs de Bempte, Epsweide en Flikkepeterskamp naar de Lievelderpoort.
De Kopperslag moet dan tussen de Zomeresch en de Bempte gelegen hebben.
Zou met het Witte Peerd dan toch het logement aan de Lichtenvoordseweg bedoeld zijn? Dat pad liep er vlak langs.
Hierboven staat veel informatie over Maria Wicherink.
Jan ik denk van niet. Ik wilde er even de aandacht op vestigen dat we sinds 2008 zoveel interesse besteed hebben aan een affaire uit 1846 waardoor Grolle in rep en roer raakte en waar zelfs in Franstalige kranten over geschreven werd. De families Wolberink en Wiegerink hadden hier ook mee te maken en Ineke en Gerrit en Johanna hebben alles nauwkeurig uitgepluisd. Ook kantonrechter Swaving van de Heidebloem speelde in de affaire een belangrijke rol. Als je de tekst hierboven nog eens naleest wordt het duidelijk waar het over gaat.
Grappig om te lezen is dat Johannes Wolberink en Maria Wiegerink broer en zus van halven bedde waren, dit wil zeggen, zij hadden twee verschllende vaders.Johannes is geboren in 1811 en zjn vader vertrok naar Rusland in het leger van Napoleon om nooit neer terug te keren.
Ans ik heb het idee dat jouw reactie bij de verkeerde foto staat gr jan
Inderdaad Ineke, hierboven staat veel informatie over hoe het nu ook al weer zat met de Wolberinks en de Wiegerinks.
Hierboven nogal wat informatie over wat zich destijd op de Zomersche Es afspeelde. Het was een groot drama.
Anne Marie Broshuis heeft in 1981 een carnavalsschlager geschreven waarin deze buitenlandse, in dit geval Spaanse, invloeden als volgt in het refrein werd bezongen: “Olé olé, mien opa kwam oet Spanje, Olé olé, hee stond al gauw bekend, Olé olé, ’t Was ne groten banjer en deur dat Spaanse blood hebt alle Grolsen temperament”. Prachtig toch, die buitenlandse invloeden.
Zou Grolle daarom zo’n stadje van Plezier zijn?
Ans ,ik heb nog eens nagedacht over de afkomst van de Grolsen. Ik denk dat veel Grolse mensen vreemd bloed in hun adderen hebben.de soldaten die er waren ,kwamen uit veel verschillende landen,en die hebben zich vermengd met achterhoekse vrouwen.En katholieken zijn altijd vrolijker dan De Calvinisten.
Het onderlinge mailverkeer en uitwisseling van gegevens tussen de regelmatige bezoekers van scherpinbeeld betreffende de affaire Wiegerinck/Gepkens verloopt de afgelopen dagen snel en frequent. Ineke Roerdink, die reeds eerder, samen met Henk Nijman van SARA gegevens rond deze zaak gecoördineerd heeft, is genegen geïnteresseerden stukken toe te sturen die nu al in hun bezit zijn. Ondertussen komen , doordat steeds meer mensen zich gaan verdiepen in wat zich destijds afspeelde, er steeds meer “nieuwe”gegevens via Internet aan het licht.
Het lijkt me verstandig deze informatie naar Ineke door te sturen zodat zij deze weer kan coördineren.
Gewoon tweedehands besteld bij bol.
Maar het boek is ook op allerlei andere manieren te bestellen. Ben benieuwd naar de inhoud!
Bedankt Johanna, ik ga zeker proberen dat boek te pakken te krijgen.
Ik heb wel het boekje “Frederika” Het leven van een woonwagengeneratie tussen 1900 en 1945.
kan je misschien wel bij de leeszaal lenen ISBN 90-70707-06-3 een oude vrouw schrijft over haar leven als woonwagen bewoner.
Ik vond dat in de stamboom van de familie Idink ten Bosch: Maria Henrica Aleida ten Bosch (Soeur Maria Modesta) gaf les aan zigeunerkinderen in Groenlo
Zij werd geboren te Lichtenvoorde 19-09-1869 en overleed te Groenlo 06-05-1945.
Johanna, wat indrukwekkend, een jaar zonder zomer als gevolg van die vulkaanuitbarsting op het zuidelijk halfrond. En al die arme sloebers die rondtrokken
om letterlijk aan de kost te komen. Valentijn Smit heeft er wel over geschreven in zijn boek Groenlo uit de verte, met name over de verpaupering van de arbeiders maar is er over die rondtrekkende lieden (zigeuners e.d.) ook geschreven? Incidenteel heb ik wel eens iets gelezen over een kloosterzuster die zigeunerkinderen lezen leerde.
Ja,zo werden zo ook wel genoemd. Het waren mensen zonder vaste woon of verblijfplaatsen,en ze moesten wel schooien,want ze hadden vaak niets te eten ,je moet bedenken,dat er in de 19de eeuw een veel arme mensen waren ,1815 was er een vulkaanuitbarsting van de Tambora (zie internet)en die werd een jaar zonder zomer genoemd,midden in de zomer vroor het nog ,en er groeide niets. Dus de mensen trokken van dorp tot dorp.Van uit de Achterhoek vertrokken de mensen naar Amerika. En de kerk hield de mensen dom ,want armoede daar werd je meegeboren,dat was je lot,dat kon je ook niet veranderen. En de landheer zei tegen de pastoor ,houd jij ze maar dom ,ik houd ze wel arm.
En ik denk dat heel veel mensen ,die genealogisch onderzoek doen ,wel zo,n arme voorouder tegenkomt.
Inmiddels ook de Heidebloem (voor Swavings tijd de Pogge genoemd) gevonden: Deventer Kunstweg 15a
Interessant verhaal Johanna!
Werden zulke rondtrekkende lieden vroeger niet denigrerend “schooiersvolk”genoemd?
De familie Penaud was een rondtrekkende familie ,ze staan in verschillende plaatsen in het bevolkingsregister o,a. Winterswijk ,Dinxperlo 1840-1850 7 personen met de naam Penno zij woont samen met Johan Laigre -Leeger uit de Elsas
Anna Maria Francisca Penno geb Winterswijk in 1803 zij waren Rooms katholiek dv Jean Baptista Penaud.
ze was waarzegster en verkocht heilige olie voor de prijs van 5 gulden,daarmee kon je de ramp voorkomen ,die zij voorspelde.
Bij de fam.Schoppers in Dale Aalten zomer 1852 vertelde ze dat hier een schat moest liggen en als ze daar ,haar heilige olie over de grond goten kwam de schat te voorschijn tevoorschijn,deze simpele zielen hebben vele liters olie gekocht.maar geen schat gevonden. Er is politie bij gehaald,en Mw A.M.F.P werd veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en een geldboete van 50 gulden
Zij had op deze manier al heel veel mensen opgelicht.
Wie weet Johanna ,kun je wel bij Andre en Marchel in dienst komen,maar het wordt slecht betaald,prodeo.gr bennie
Over Penno ,ga ik nog wel verder,maar ik heb nu geen tijd,ik was benieuwd naar al die reacties van jullie,daar heb ik een dagtaak aan om die allemaal door te nemen.
Ja Gerrit,toch de heidebloem gevonden, waar ik als kind bij
ATS veel heb gespeeld.Ik had gedacht met n;paar uur is die vraag mij er uit,maar 4 dagen had ik niet verwacht.
Penan of Penno zou etymologisch verwant zijn met ” punum” = Hebreeuws voor “aangezicht” en ook met het Engelse woord “penny”(het gezicht op een munt) , in het Nederlands spreken we van “ponem”. Gezien de bovengenoemde naamsbetekenissen zouden we kunnen aannemen dat Emanuel Penno een Jood was.
Nu werd er vroeger vaak verteld dat er veel Joods bloed in de Grolse bevolking zit ( de gein, de muzikaliteit , de handelsgeest etc.) . Is dit ooit wetenschappelijk onderzocht?
Nog even iets betreffende de naam Emanuel Penan. Emanuel is een Hebreeuws-Joodse naam en betekent: God-Met-Ons. Penan ga ik nog uitzoeken.
Hallo Bennie, ik zal eens met de fiets op verkenning gaan.
Rechter Swaving heeft immers graag op de Heidebloem (zoals Swaving zijn boerderij hernoemde) vertoeft.
Nu weet ik niet of het in het artikel dat Gerrit noemde vermeld wordt, maar Swaving was een gebochelde. Hij is nooit getrouwd en had aanvankelijk een kosthuis op de markt.
De strijd rond de moord had ook te maken met de katholieke emancipatie die vlak daarna , in 1853, zou beginnen (in 1953 vierde men 100 jaar Kromstaf) of eigenlijk al begonnen was (tijdens het bewind van koning WillemII).
Alle hogere (en lagere) ambtenaren in Groenlo , waaronder Swaving, waren protestant. De katholieken waren nog niet ge -emancipeerd. Er begon zich al iets te roeren onder de katholieken die niet langer overheerst wensten te worden door de protestanten. Ik denk, maar misschien zit ik fout, dat de strijd tussen katholieken en protestanten in Groenlo , is uitgevochten over de rechtszitting rondom de affaire Gepkens-Wiegerink.. De gevechten onder de bevolking waren van politieke en religieuze aard. Een kleine godsdiensoorlog dus.
De heidebloem is aan de oude Borculoseweg,je gaat bij het huis van de melkboer Marvelde rechts af en je komt links op de heidebloem,het is niet ver van Kroekestoel Ottink en Ats
dus in dit contrijn heeft de rechter gewoond.
als je het zo’n beetje letterlijk vertaalt staat er dit:
Op 26 juni jongstleden, om half vier in de namiddag, troffen enige personen uit de omgeving van Groenlo, op een hoogte, genaamd de Epsweide, een jong meisje aan, Maria Wiegerink, bedekt met bloed en met kleding in complete wanorde.
Ieder van hen, opgeschrikt door dit schouwspel vroeg zich af wat de oorzaak was van haar verwondingen. Haar eerste antwoord was dat het een jongeman uit Groenlo was, maar dat zij zijn naam niet wilde zeggen. De kapelaan, C. Gepkens, die op het moment dat men het meisje naar huis vervoerde, ook gearriveerd was vanuit dezelfde richting, Epsweide, vertelde dat hij onderweg, toen hij het bosje passeerde, een gerucht vernomen had en dat hij zich onmiddellijk begeven had naar de plaats waar het geluid vandaan kwam en dat hij een man aangetroffen had die een jong meisje overweldigde met messteken. Terwijl hij het meisje trachtte te ontzetten raakte hij zelf onder het bloed en joeg de moordenaar op de vlucht.
Toen men Maria op bed gelegd had en haar de eerste hulp had verleend vroeg de jonge vrouw om kapelaan Gepkens te laten komen. Hij had met haar een lang onderhoud en was al bijna vertrokken, toen zij verklaarde, zonder ondervraagd te zijn, dat een handelaar in slaapmutsen, genaamd Jan Berend, haar had aangevallen, met wien zij in het verleden een relatie had gehad. Terwijl de situatie van de jonge vrouw zienderogen verslechterde, vroeg zij ’s avonds naar een biechtvader, maar dat mocht in geen geval haar gebruikelijke biechtvader kapelaan Gepkens zijn, Zij gaf met nadruk aan de pastoor te willen spreken. Deze geestelijke arriveerde niet lang daarna en bleef bij Maria tot een uur ’s nachts. Na diens vertrek vroeg de jonge vrouw de kantonrechter te laten komen en in diens aanwezigheid verklaarde zij het volgende: de intieme relatie die zij enige tijd met kapelaan Gepkens onderhield had tot resultaat dat zij niet twijfelde over een eventuele zangerschap. Zij deed deze bekentenis dezelfde dag nog ’s middags aan kapelaan Gepkens in de biechtstoel waar zij gewoonlijk hun onderonsjes hadden. De kapelaan had haar gewezen op de gevolgen van haar gedrag. Hij had beloofd dat hij in ieder geval voor haar zou zorgen. Zij hadden afgesproken om op een stil plekje buiten de stad daarover verder te spreken, een uur of drie in de namiddag. Fatsoen verbiedt te zeggen wat zich daar op die betreffende plek afspeelde. Men moet weten dat de snoodaard de borsten van zijn slachtoffer ontblootte en nadat hij mond en ogen bedekt had, haar enige flinke steken in de borst gaf. Maar de ongelukkige jonge vrouw slaagde erin te ontsnappen om haar leven te redden. Het resulteert in de verklaring die de kapelaan haar had aangeraden om de slaapmutsenhandelaar te beschuldigen. De kapelaan, die zich in een eerste verhoor niet kon vrijpleiten van de gepleegde feiten is op 30 juli in handen van justitie genomen.
Johanna, laot wi’j ’t d’r maor op holl’n dat Johanna ’n pseudoniem is van ……? Blieve lekker met doon. Holt d’r rekkening met dat wi’j “old” Sibbers af en too duftig könt spradden, maor daor mot i’j ow niks van an trekk’n. Wi’j nemt mekare zo at wi’j bunt en af en too vlög d’r wal n’s ene oet de bochte, maor dat is altied weer good e-komm’n.
Dat deze affaire zelfs de Franstalige pers haald blijkt uit deze tekst die Gerrit B. andaag ontdekte (digitaal) n de Nationale Bibliotheek van Luxemburg:— Le 26 juin dernier, sur les trois heures et demiede l’après-midi, quelques personnes rencontrèrent dans les environs de Groenlo, sur une hauteur nomméeEpsweide, une jeune fille Marie Wiegerink, toutecouverte de sang et dont les vêtements étaient dans undésordre complet. Chacun, effrayé à cette vue, s’em-pressa de lui demander quelle avait été la cause de sesblessures. Sa première réponse (ut que le coupableétait un jeune homme de Groenlo, mais qu’elle nepouvait dire sou nom. Le vicaire C. Gepkens qui ,pendant le temps qu’on transportait celle jeune fille àson domicile, était aussi arrivé du même endroit,Epsweide, raconta qu’en chemin, passant près du bois,il avait entendu de sourds gémissements; qu’il s’étaitimmédiatement dirigé vers le lieu d’où partait ce bruit,et qu’il y avait trouvé un homme aux prises avec unejeune fille et s’efforçant de la frapper de coups decouteau; il s’était sur le champ précipité sur cethomme; pendant la lutte la jeune fille s’était enfuie ;le meurtrier s’était ensuite échappé de ses mains etavait pris la fuite.Dès que Marie Wiegerink eut été déposé sur son litet qu’on lui eut donné les premiers secours, cettejeune fille demanda qu’on fît venir auprès d’elle levicaire Gepkens. Elle eut avec elle un long entrelien ,et à peine était-il parti, qu’elle déclara, sans qu’aucunepressante question lui eût été faite à ce sujet, que lapersonne qui l’avait blessée, était un marchand debonnellerie, nommé Jean Barends, demeurant à Win-terswyk, avec lequel elle avait eu précédemment dearelations.Cependant la situation de la jeune fille empirait;elle s’en aperçut elle-même; dans la soirée elle de-manda qu’on fît venir un confesseur, et quoiqu’elleeût l’habitude de se confesser au vicaire Gepkens, elleexprima formellement son intention de parler au curé.Cet ecclésiastique arriva sur le clump et resta auprèsde Marie Wiegerink jusqu’à une heure fort avancéedans la nuit. Après le départ de celui-ci, la jeunefille fit appeler le juge du canton et fit en sa présencela déclaration suivante :Les coupables relations qu’elle entretenait depuis uncertain temps avec le vicaire Gepkens avaient eu pourrésultat qu’il ne lui était plus permis de douter main-tenant de sa grossesse. Elle avait fait cet aveu auvicaire Gepkens ce même jour au matin dans le confes-sional, où avaient lieu ordinairement leurs entrevues.Le vicaire l’avait alors rassurée sur les conséquencesde sa faute, et lui avait promis qu’en tout cas ilveillerait sur elle; il lui avait dit qu’il s’expliqueraitdavantage à ce sujet nu lieu dit Epsweide, où elledevait faire en sorte de se trouver sur les deux ou troisheures de l’après-midi. La pudeur lui défendait de direce qui s’était passé dans Cet endroit.11 suffit de savoir que le misérable a découvert lapoitrine de sa victime et après lui avoir fermé les yeuxet la bouche, lui a porté plusieurs coups dans la gorgeet dans la poitrine; la malheureuse jeune fille, si ellen’était parvenue à s’échapper, eût infailliblement perdula vie. Il résulte de sa déclaration que le vicaire luiivait conseillé d’accuser du fait le marchand de bon-nellerie. Le vicaire, dans un premier interrogatoire,n’ayant pu se justifier des faits qui lui étaient imputés,a été remis le 30 juillet entre les mains de la justice.
Vraag voor Ineke.
Werd er in jouw familie,over dit geval gesproken,door je grootouders,familie? Of ben je er toevallig achter gekomen ,dat dit in jouw familie gebeurd is.
Bedankt allemaal.dat ik mag blijven.Ik praat plat,maar kan het niet foutloos schrijven.
Maar wel goed lezen!
En Grols is zowieso anders als Dinxpers. En omdat mijn Oma uit Groenlo kwam en woonde in Bocholt en mijn moeder naar Dinxperlo trouwde en ik naar Aalten.Wat krijg je dan voor taaltje. ACHTERHOEKS !
Ans en Bennie,
Ik zitte op ’t zelfde spoor, Johanna is wisse ne anwinst veur Sib, zee wet nog völle meer a’j ’t mi’j vroagt, ok dee Achterhookse sproake is zee meister as ginne anders, zee is in Dinxper op de wald e’zat….
Doar kö’w nog wat met beleaven a’j ’t mi’j vroagt.
Johanna, fijn dat je meedoet met de SIBBERS want van jou kunnen we weer veel leren.
Johanna,goat ie maor mooi wieter onder Johanna,Bernard wil alles weten,het leefs nog oew bank nummer.ik heb oe laats alle zeg dat ie ne aan winst bunt.good goan
Dank je wel ,dit is een mooi compliment, Johanna, Anna is mijn naam door mijn ouders gegeven ,Elburg is de naam van de burgelijke stand Dinxperlo is de plaats waar ik ter wereld kwam.En mijn grootmoeder is in Groenlo geboren vandaar mijn belangstelling voor Grol
Als je wilt weten wie ik ben ,vraag het Ans,Ik hoop dat ik met Johanna verder mag reageren op SIB
Beste Johanna,
De meeste vaste commentatoren en zeker “de Nöälers” in het gastenboek laten hier op Sib ook hun achternaam zien, ik word inmiddels erg nieuwsgierig wie jij bent.
Jij hebt je inmiddels geprofileerd als een waardige Sibber die zeer waardevolle info verstrekt en hebt laten weten zeer veel interesse in Grolle te hebben. Ondertussen zelfs lid van de oudheidkundige vereniging geworden !
Allerhande vragen werpen zich onder de Sibbers op; woon je in Grolle, ben je nog in het land, etc. etc.
Laat even weten wie je bent, is wat persoonlijker.
Good Goan.
Dag Johanna. Heb het even opgezocht,Eerloos betekend Schandelijk, , Afschuwelijk gr Joke
Jan Antonie Mensink .kreeg Vijf jaren Tuchthuis en werd eerloos verklaard op 9 sept. 1847 wegens Valse verklaringen in het geval Maria Wiegerink. Dat waren nog eens tijden. maar geen goede. Wat ze met eerloos bedoelen ,weet ik niet!
Johanna, op internet heb ik een krantenbericht gevonden omtrent een rechtzaak voor de rechtbank in Arnhem. Terecht stond Johanes Antonius Mensink, inzake van Jan ter Linde deze zou een valse getuigenis hebben afgelegd naar aanleiding van een poging tot moord op Maria Wiegerink. Mocht je dit artikel willen hebben mail me dan even mailadres is wjpuntnieuwenhuisapestaartjewanadoopuntnl we moeten ons mailadres op deze manier doorgeven anders slaat de site op hol.
Bedankt allemaal, voor de reacties ,het verhaal is voor mij rond.Als ik de eerst volgende keer in een Katholieke kerk kom ,ga ik een kaarsje voor Maria Wigerinck aan steken,heeft ze verdiend !
Hallo Ans. Bedankt voor de tip over het boek “Het Pauperparadijs”.Mijn opa was er gevangenen bewaker.in Veenhuizen.Ben er in mijn leven dus heel veel geweest !! Zal vast veel herkenning oproepen. Heb het boek meteen besteld via internet. Ben benieuwd. Groetjes.
Hallo Ineke,zal mij ook eens op het verhaal storten ,heb ook de boeken.maar als ik dit van jou en Johanna zo lees waren er vroeger ook wel hete bliksems.
Maria houd de gemoederen na ruim anderhalve eeuw nog behoorlijk bezig, ze moest eens weten. Wat ik nog wil toevoegen is dat Maria Wiecherink trouwde op 14-12-1855 te Vledder (Drenthe) met Jacobus van Limbeek. Zij was bij het huwelijk 30 jaar en hij was 50 jaar en weduwe van Jannetje Beets. Bij de naam van de vader van Maria staat: “NN NN” te lezen en bij de naam van de moeder staat letterlijk: “Anna Christina Wigerinck. Uit dit huwelijk werden, zoals Ineke hierboven al vermeld, vier kinderen geboren, te weten: 1: Johanna Maria van Limbeek (1856-1941), 2: Geziena Henderika van Limbeek (1859-1860), 3: Johannes van Limbeek (1861-????), 4: Levenloos geboren kind van Limbeek (1862-1862).
Johanna, de vader van Maria W. kan heel goed iemand van die rondtrekkende familie Penau/Penno zijn.
Hij werd altijd genoemd als rondtrekkend handelaar, zonder vaste verblijfplaats, met de namen Penan/Penon/Penou.
Het ‘verbannen” van de 25-jarige Maria W. moet niet te letterlijk worden genomen. De gemeente en de kerk waren haar echter liever arm dan rijk en hebben de nodige moeite moeten doen om voor haar ergens buiten Grol een plek te vinden. Immers Maria was en bleef de oorzaak van onrust in de stad en bovendien had ze de kerk in flinke diskrediet gebracht. Via de Gouverneur van Gelderland kon Maria, (na een Koninklijk besluit tot machtiging), geplaatst worden in de z.g. Koloniën van Weldadigheid in zuidwest Drenthe, (Frederiksoord). Ze werd daar op kosten van het Rijk én als vrijwilliger geplaatst, wat heel uitzonderlijk was. Het rijks-toelatingsbeleid was er juist op gericht was om de overvolle Koloniën te verminderen.
De niet al te beste Kolonie-omgeving bracht Maria niet veel geluk. Ze stierf daar op 37-jarige, na 7 jaren huwelijk, waarbij 3 van haar 4 kinderen overleden.
Lees maar eens het hele verhaal in vogelvlucht van streekarchivaris H. Nijman in het Grols Verleden, april 2001, van de Oudheidkundige Vereniging.
En ga er maar vanuit dat over de story Wiegerinck/Gepkens, veel komplexe leesdocumenten bestaan, waarmee je menige vakantie kunt vullen….voor zover ze ooit echt openbaar gemaakt zijn!
Ans, neem betreffende Grols verleden nr. 1 contact op met Henny Garstenveld. Voor zover ik weet zijn er twee jaar geleden een aantal exemplaren van Grols verleden nr. 1 bij gemaakt.
Het boek, pauperparadijs wou ik jullie net aan raden,Er hebben ook nog voorouders van mij gezeten.
Dat Penan ,kan misschien ook Penaud,Penno geweest zijn ,in begin van de 19de eeuw
was er een rondtrekkende familie in de Achter hoek die Penno heet zij kwamen uit de Elzas
Martie laat ik die jaargang nr. een nu net niet in mijn bezit hebben, maar is die wellicht nog te verkrijgen bij de oudheidkundige vereniging?
Martie, overigend bedank voor je informatie betreffende de Epsweide.
Ineke wat een interessant verhaal! En ja, Johanna, waarom is Maria Wijgerink verbannen? terwijl je haar toch kunt zien als slachtoffer?Wellicht verbannen naar Veenhuizen?
De geschiedenis van Veenhuizen is er een van dwang en straf
Honderdduizenden mensen hebben er gezeten in de gestichten, de rijkswerkinrichtingen en de gevangenissen.Hollands Siberië: zo werd Veenhuizen in vroegere tijden ook wel genoemd. In 1823 werden de eerste gebouwen van het dorp door de Maatschappij van Weldadigheid uit de grond gestampt, midden in een uitgestrekt, verlaten veengebied in Noord-Drenthe. De Maatschappij bouwde in totaal drie gestichten voor arme gezinnen, wezen en landlopers. In Veenhuizen probeerden die, al dan niet vrijwillig, een nieuw bestaan als boer op te bouwen. Onderdeel van Veenhuizen was een soort heropvoedingsgesticht. Over Veenhuizen is een interessant boek verschenen: “Het Pauperparadijs”.
De naam Manuel Penan klinkt niet bepaald Nederlands. Spaans wellicht?
Dank je wel Ineke ,voor je reactie.Het verhaal is voor mij
bijna rond, waarom werd ze verbannen ? Ze had toch geen mens kwaad gedaan.
Johanna, ter aanvulling over deze Maria Wiegerinck. Haar moeder Anna CM Wiegerinck was al getrouwd met Henricus Wolberink in 1810. Samen kreeg ze 1 kind, nl. Johannes Bernardus in 1811.
Vader Henricus werd opgeroepen als dienstplichtig militair voor het Napoleontische leger voor de Veldtocht naar Rusland en is daar nooit meer van teruggekeerd.
Door het ontbreken van zijn overlijdensakte bleef moeder Anna officieel een getrouwde vrouw. Blijkbaar kreeg ze een nieuwe partner, want ze kreeg daarna, vanaf 1817, minimaal 6 (onwettige) kinderen!
Bij de geboorte-aangiften was altijd ene Manuel Penan aanwezig, die waarschijnlijk de vader van hen was.
Een van deze 6 kinderen was dus Maria Wiegerinck, geb. in 1825 waar de moordaanslag op is gepleegd door kapelaan Gepkens.
Het hele gebeuren heeft in Grol hele lange tijd erg veel onrust en opstootjes gegeven, waarbij verschillende “kampen” onder de bevolking ontstonden, zowel kerkelijk als politiek gezien.
Overigens, Maria Wiegerinck werd “verbannen” naar de veenkoloniën in Drenthe en trouwde daar met een oude weduwnaar. Ze overleed op 37-jarige leeftijd in Vledder.
Haar oudere halfbroer Johannes B. Wolberink (uit de Kattenstraat) is de voorouder van de Grolse Wolberinks.
En van al zijn nazaten ben ik er ook nog eentje van….
Hallo Ans, de Epsweide grensde aan de Bempte, richting Winterwijk. Als je de oprit van de Twenteroute oprijdt, richting Doetinchem, dan rijdt je na ± 50 meter deels over de Epsweide heen.
Ja de Kapelaan was de geliefde van Maria Wiegerink.
zij dacht dat ze in verwachting was van hem,en hij had beloofd ,dat als het echt zo was dat zij een kind moest krijgen van hem ,dan zou hij haar onderbrengen bij familie van hem,en als hij dan Patoor was mocht ze zijn huishoudster worden.
Toen ze een afspraak maakte om dat met hem te regelen,op de Epsweide.
Vrijde hij een potje met haar ,kuste haar en stak haar bijna dood.
De kelder was bij de pastorie in de buurt ,aan de Wallen daar was een van hun favorite plekken en de biechtkamer was ook zeer gewild.Maria werd later afgeschilderd als leugenachtig .Een mooie zin komt er in voor.Johannes Bernardus Wolberink broeder van halve bedde van Maria Wiegerink.Volgens mij had Maria haar moeder Anna Maria twee dochters die Wiegerink heet en toen trouwde zij met Henricus Wolberink
Johanna, ik zie dat ook jij je verdiept hebt in de moordaanslag op Maria. Weet je meer over deze zaak? Zou kapelaan Gepkens de geliefde zijn van Maria Wiegerink en zouden zij elkander in een kelder onder een van de wallen ontmoeten? Vraagje: waar lag de epsweide?
Regtspleging in Gelderland 1865 door Mr. J.W. Staats Evers .In dit boek wordt het hele verhaal verteld van
Maria Wiegerink die door haar
geliefde, Kapelaan Gepkes bijna werd vermoord.Op de Epsweide
De Kapelaan werd Schuldig verklaard en ter dood veroordeeld.Bij Koninklijk besluit is de doodstraf veranderd in het zwaaien met het zwaard boven zijn hoofd en 20 jaar tuchthuis .
Ja Roy , klopt, die toelichting had ik er bij moeten zetten. Hier moet die moord ergens hebben plaatsgevonden.
Was via Gerrit Buijting helemaal onder de indruk geraakt van alles wat je aan archieven en boeken integraal op het intenet kunt vinden. Ze moeten je echter wel even op het spoortzetten.
Het hele verhaal, hier door Ans deels weergegeven, staat in Grols verleden nr. 1 met als titel: “Maria Wiegerink, slachtoffer van gebeurtenissen en omstandigheden” door Henk Nijman, streekarchivaris bij het SARA te Doetinchem.
Ik denk dat Ans de toelichting bij de foto wat zou moeten verduidelijken. In deze omgeving; de Bempte/Zomeresch heeft deze moord plaatsgevonden. Vandaar denk ik dat Ans deze tekst erbij plaatste.
een oude "story"vind je op http://www.dbnl.org/ Het was in den zomer van 1846, toen een moordaanslag, een gruwel zooals men in die destijds zoo afgelegen streken slechts bij naam kende, de bevolking van Groenlo in rep en roer bracht. Eene jonge deerne van niet onbesproken levenswandel was in een kreupelboschje op eenigen afstand van de stad gevonden badende in haar bloed. Volgens het getuigenis van den kapelaan G., die, naar zijn zeggen, het slachtoffer uit de klauwen van haren aanrander gered had, was de dader op de vlucht gegaan, doch er kwamen omstandigheden aan het licht die de afgelegde verklaring eenigszins verdacht maakten, en toen de kantonrechter voor zich zelf de overtuiging kreeg dat de schuldige niemand anders was dan de kapelaan zelf, draalde hij geen oogenblik om met de noodige kracht te handelen en den vermoedelijken dader in hechtenis te nemen. Voor de Grolsche geloofsgenooten van den betichte was het een ongehoord, een ongeloofelijk feit dat een geestelijke zich zóó zou vergeten hebben: zij legden de grootste verontwaardiging aan den dag en namen zelfs eene min of meer dreigende houding tegen het gerecht aan. Doch de vastberadenheid en kloekheid van Swaving, ondersteund door de rechtschapenheid van den Pastoor, die het zijne deed om de opgezweepte hartstochten te doen bedaren, kwam alle moeielijkheden te boven. Door den verderen loop van het geding, de cause célèbre van die dagen, werd de kantonrechter van Groenlo schitterend in het gelijk gesteld. Rustig in de overtuiging van zijn plicht gedaan te hebben, kon hij voor eene wijl eene populariteit derven, welke hem na eene korte poos in verdubbelde mate ten deel viel.