Fotograaf: Erik MentinkCollectie: Erik Mentink
Meer foto’s uit dit albumDeze foto hoort bij het album Zoekplaatjes uit Grolle.
Bekijk het volledige albumGrote foto voor donateursVoor minimaal €20 per jaar kunt u donateur worden en grote foto’s bekijken.
Word donateur en bekijk grote foto’sInformatie over deze foto / video
- Fotograaf
- Erik Mentink
- Fotocredit
- Foto : Erik Mentink
- Collectie
- Erik Mentink
- Trefwoorden
- Zoekplaatjes uit Groenlo : Bord aan de rechterzijgevel van Bar 700, Mattelierstraat 3, aan het kerkplein.
Trefwoord voorstellen
Ziet u iets op deze foto dat nog niet bij de trefwoorden staat? Geef één trefwoord of naam door. Na controle voegen wij het eventueel toe.
Auteursrecht
Deze foto mag niet zonder toestemming van de rechthebbende worden gebruikt, gepubliceerd of verspreid.
De tekst op het infobordje blijkt afkomstig te zijn van Theo Brockötter. Oud Grollenaar, woonde in Winterswijk en is overleden in 2017. Hij was de broer van de op deze site zeer bekende Bennie Brockötter. Theo was een vriend van Hugo van Druten van Bar 700 en leverde Hugo de tekst aan, waarna Hugo het bordje heeft laten maken en opgehangen. Theo heeft veel archiefonderzoek gedaan en beschreef zijn jeugdherineringen gecombineerd met de onderzoeksresultatenen in het grolse dialect. Na zijn overlijden werden die verhalen door zijn familie gebundeld en in samenwerking met de Oudheikundige Vereniging uitgegeven in een boek: Grolse verhalen van Brookhutjens Teet. Alle leden van de OVG hebben dit boek met prachtige verhalen enkele jaren geleden ontvangen.
In de 17e eeuw was er in de Nederlandse en Vlaamse schilderkunst zelfs een genre dat Kortegaard wordt genoemd. Beroemde schilders legden taferelen en sfeerbeelden vast in corps de Gardes in diverse steden. Op die schilderijen is overduidelijk te zien hoe het er aan toe ging tussen de garnizoenssoldaten en de lokale dames. Gevolg was inderdaad dat er relaties ontstonden en soldaten zich definitief in Groenlo vestigden..
En men kon bij buurman Jacobus Sandaal (1774-1847) logement- billard en Societeithouder goed terecht (voorheen Simons- oude postkantoor).
Dank voor jouw uitleg. Heel goed mogelijk. Inderdaad, er trouwden nog wel eens Grolse dames met garnizoenssoldaten en er bleven er nogal wat in Groenlo “hangen”.
Ineke, de Corpse de Garde waar dit infobordje betrekking op heeft was oorspronkelijk een militair bouwwerk. Een Corpse de Garde (in het Nederlands verbasterd tot Kortegaard en in Groenlo meestal Corte Gaerde genoemd), was een “al dan niet versterkt wachtgebouw/wachthuis in een vesting”. Er bestaan verschillende afbeeldingen van de voor en achterkant van het gebouw, die ik hier helaas niet in een reactie kan plaatsen. Het brede en zeer ondiepe gebouw was onderverdeeld in 5 compartimenten. Nadat Groenlo geen eigen garnizoen meer toegewezen kreeg heeft blijkbaar het meest linkse compartiment (naast bar 700) de functie van brandspuithuis gekregen. Mogelijk hebben die vier andere compartimenten toen een woonfunctie gekregen voor voormalige garnizoenssoldaten die in Groenlo waren blijven “hangen”.
Dirk en Martijn. Het afgebroken woonhuis voor de oude Callixtuskerk (evt. naast het brandspuithuis), zal dan wellicht huisnr. 99 hebben gehad. Vlgs Bevolkingsregister 1840 woonde daar nog weduwe Abraham Wittebroek. Wat me meteen opviel is dat de andere genoemde bewoners allemaal een relatie hebben met oude soldatenfamilies: Schovers- Strootman- Reukers- Hoebe- Wolberink (=wed. Eest). Militaire woning geweest? bewaking brandspuiten??
Ineke en Martijn, dank voor de reacties. Het is moeilijk te bepalen of het huisje naast de brandspuit, waar Catharina Colonius tijdens haar overlijden in 1768 een half aandeel in had, inderdaad op het huidige kerkplein tegenover het stadhuis stond. Het is niet onwaarschijnlijk. Lastig bij het zoeken is ook, dat zij er waarschijnlijk niet zelf woonde. Ze had wel meer onroerend goed in Groenlo en omgeving. De vele erfgenamen van juffrouw Catharina Colonius waren de heren Jan, Hendrik, Derk Harmen en Diderik Colonius (emeritus predikant te Krimpen aan de Lek), de juffrouwen Susanna Colonius (weduwe van Willem Lambert Linquet), Johanna Colonius en Elizabeth Colonius (weduwe van Adriaan Hoofd). Dus wie wordt de eigenaar na 1768?
In 1832 was in ieder geval de weduwe van Abram Witbroek eigenaar van het huisje naast het brandspuitgebouwtje op het kerkplein.
Wat betreft 1768, ik vond in de akten van vrijwillige rechtspraak nog wel dat op 28 juli 1768 bij de afwikkeling van de erfenis van Catharina Colonius de gevolmachtigde dr. Klinkenberg royement verzocht van ’t verband waarbij Jan Berend Startman en zijn vrouw op den 21 maart 1753 haar huis en where, binnen deze stad staande, aan Catharina Colonius hebben verbonden.
Maar of het huis van Startman in 1753 ook iets te maken heeft met het huis van Witbroek in 1832, dat is dan ook weer lastig te bepalen. Er zit veel tijd tussen en dus veel mogelijke eigenaarswisselingen. Helaas, voorlopig heb ik geen antwoord op je vraag, Ineke.
De volgorde van locaties van de brandspuiten is blijkbaar: In 1832 in ieder geval nog in het huisje naast bar 700. In 1836 is de torenspits van de kerk brandend naar beneden gestort. Toen of kort daarna zijn de huisjes voor de kerk gesloopt en in 1841/42 is er een nieuw stadhuis gebouwd en hebben de brandspuiten daarin een bergplaats gekregen blijkt uit de plattegrond van 1842. Daar hebben ze gestaan tot het stadhuis verbouwd werd vanaf 1873 (o.a. met een verdieping verhoogd en volledig bepleisterd) en ze een nieuwe bergplaats kregen aan de Beltrumsestraat/hoek Goudsmitstraat.
Dirk en Ineke, zie mijn reactie hier direct boven van 5-1-2010 over het neogotische brandspuithuisje in de Beltrumsestraat. In 2015 heb ik tijdens onderzoek naar de stadhuis nog wat meer details gevonden. Er is namelijk een plattegrond van het stadhuis waaruit blijkt dat er zich in 1842 in het stadhuis een “Bergplaats der brandspuiten” bevond. De boogdeur aan de marktzijde gaf toegang tot de brandspuiten. Ze stonden in de ruimte waarin zich nu de ontvangst voor de kerkers bevindt. In 1873 kregen de brandspuiten een nieuwe bergplaats in het huisje aan de Beltrumsestraat dat bij die gelegenheid de neogotische voorgevel kreeg.
Dirk, In de registraties van successie 1768-1802 (B Vaarwerk, kleine bronnen SSHB) wordt al op 7-6-1768 een brandweerspuit in Groenlo genoemd. Rekest van familieleden Colonius dat hun diverse panden/gronden vervallen zijn door het overlijden van hun nicht Catharina Colonius . Oa in Groenlo: de helft van een huis in Grol, de halve schuur en gaarden achter het klooster, een hofje aan het kerkhof, de halfscheid van de oliemolen met “syn huys, hoff en schuire” in het schependom Groenlo en de halfscheid van een huisje in Groenlo “naest dat van de brandspuite”.
Bij de notariële archieven Stadsarchief Amsterdam, collectie notaris mr. Johannes Beukelaar werd dit beschreven.
Catharina Colonius (1697-1768 Groenlo) is familie (dochter?) van Henricus Colonius en dus ook van B. Holtberent, die rond 1680 even burgemeester van Groenlo waren.
Enig idee of genoemde brandspuite naast het afgebroken huisje voo r de oude Callixtus kan hebben gestaan?
Zoals Dirk van der Meer al eerder vermeldde is dit bordje niet op de juiste plaats aangebracht. De corps du guarde (hoofdwacht) bevond zich in een huisje voor de kerk dat afgebroken is.
Als het gebouw op de foto hierboven niet de Corps du Guarde is heeft de persoon die dit bordje aangebracht heeft dit dan geweten?
Dirk, het brandspuithuisje in de Beltrumsestraat is oorspronkelijk niet in neogotische stijl gebouwd. Op een foto van ongeveer 1870 heeft het rechte vensters en een met hout betimmerde topgevel. Bij een latere verbouwing in neogotiche stijl heeft men het metselwerk bepleisterd. Aan de neogotishe stijl kun je dus de ouderdom niet bepalen. Ik zal deze foto wel insturen.
Weet iemand hoe oud dat “jöddenspuitje” eigenlijk is? Het neogotische brandweerhuisje in de Beltrumsestraat (hoek Goudsmitstraat) zal in de loop van de 19e eeuw gebouwd zijn. Toen was de neogotiek pas in de mode.
Volgens het kadaster was in 1832 de hoek Beltrumsestraat / Goudsmitstraat nog geen brandweerhuisje maar een gewoon “huis en erf”. Eigenaar was destijds de koopman David Levie Mendels (1778-1849). Een verband zien tussen de joodse afkomst van deze eigenaar en het “jöddenspuitje” is natuurlijk wel aantrekkelijk, maar dat kan gewoon toeval zijn.
Stond het “jodenspuije” niet in de Beltrumsestraat in een speciaal neogortsch gebouwtje?
van welk materiaal is het bordje gemaakt is het glas of kunstof het lijkt mij niet erg oud ik denk dat de eigenaar van bar 700 er wel meer van weet
Vreemd dat niemand weet wie het bordje daar neer gehangen heeft. Waarschijnlijk heeft in dit gebouw het ‘joden spuitje’gestaan dat nu in de brandweerkazerne staat. (heb ik begrepen). Dus Dirk van der Meer kon het nog wel eens goed hebben.
Op de kadastrale kaart van omstreeks 1832 komt deze aanbouw van de kerk niet (meer) voor. Er is wel te zien dat er vóór de kerk, dus direct aan de Mattelierstraat, een rijtje gebouwen heeft gestaan. Tussen de huidige Bar 700 en dit rijtje huizen, en tussen deze huizen en de huidige juwelier Simons waren twee vrij nauwe doorgangen.
In 1832 was het meeste westelijke gebouwtje als enige in dit blok eigendom van “de Stad Groenlo”. Als bestemming was er bij geschreven: “gebouw brandspuit”. Zou het kunnen dat de tekst op dit bordje (gedeeltelijk) van toepassing is op dit gebouwtje, dat dus naast Bar 700 op het kerkplein gestaan heeft?
Roy je was me weer net voor. Inderdaad had ik ook bar 700 in gedachten.
Dit bordje zit aan de rechterzijgevel van Bar 700, Mattelierstraat 3, aan het kerkplein. Wie het bordje heeft geplaatst is onbekend. Helaas is het geplaatst op het verkeerde pand. Het gaat hier om het voorgebouw dat tegen de Oude Calixtus stond en in het begin van de 19de eeuw is gesloopt. Ik vind het een leuk initiatief, maar jammer dat het op het verkeerde pand zit. groet Roy
de oude stads boerderij in de noteboomstraat