Meer foto’s uit dit albumDeze foto hoort bij het album Geschiedenis van de bank van lening.
Bekijk het volledige albumGrote foto voor donateursVoor minimaal €20 per jaar kunt u donateur worden en grote foto’s bekijken.
Word donateur en bekijk grote foto’sInformatie over deze foto / video
- Fotocredit
- Collectie : Onbekend
- Trefwoorden
- geschiedenis van de bank van lening,bank,lening,geld,geschiedenis,lievelderstraat
Trefwoord voorstellen
Ziet u iets op deze foto dat nog niet bij de trefwoorden staat? Geef één trefwoord of naam door. Na controle voegen wij het eventueel toe.
Auteursrecht
Deze foto mag niet zonder toestemming van de rechthebbende worden gebruikt, gepubliceerd of verspreid.
Het huis naast Bramer en Bekken bakker er tussen in woonde Theo Froelnk met vrouw dochter van Jan van de koster;het huis was van de joodse familie net als dat van Bramer;in het huis Froelink heeft zicht toen Phip Maas zijn winkel geopend;mevrouw Bramer heete van meisjes naam Abel.
Dank voor je correctie Dirk. Het voormalige pand “Bramer” in deze straat is ook interessant. In het voorjaar van 2012 sprak ik mevrouw Dinie van Duuren-Vrengel. Zij woonde in dit pand in de jaren dertig. Haar vader was handelaar in dierenvellen en oud ijzer. Haar grootvader was Meijer Eichenwald uit de Notenboomstraat. Op 24 augusrtus 2012 is een stolpersteentje gelegd voor Meijer Eichenwald. De zoon van Dinie was hierbij aanwezig.
r bestaat enige verwarring over de plek van de Bank van Lening in de 19e eeuw. Hieronder staat ergens, dat die gevestigd was in het pand met de erker (Kevelderstraat 24, “Legro”). Dat is onjuist. De familie Heijmans woonde in de 19e eeuw in het buurpand (Kevelderstraat 22, “Voerman”). Dat blijkt ook uit het kadaster van 1832. De eigenaar van kadastraal perceel sectie C, nummer 415 is dan Israel Heymans, winkelier. Volgens het bevolkingsregister wonen er rond 1840 maar liefst 14 personen. Winkelier Heymans was getrouwd met Jette Kleyn (Haaksbergen, 4 mei 1799). In het bevolkingsregister van 1-1-1861 komen we Jette Kleyn, weduwe Isaac Heymans, tegen als “houdster der beleenbank”.
Het adres was sinds ca. 1855: Kevelderstraat A301, daarvoor was het nummer 286. Het huis met de erker was Kevelderstraat A300, voor 1855: 285. Een van de zonen was David Israel Heymans (1837), die later als kruidenier geregistreerd staat.
Het pand met de erker wordt vaak aangewezen als plek van de Grolse-wantenhandel van Heymans én als de plek van de Bank van Lening van Heymans. Daardoor zal de verwarring wel ontstaan zijn, omdat de familie blijkbaar ooit een plekje is opgeschoven…
Dank je wel Dirk. Het wordt al weer wat duidelijker. Ergens heb ik gelezen dat de pandhoudster analfabeet was en inwoonde bij Hendrina Heijmans, die waarschijnlijk de administratie deed. Maar ik kan het niet staven met feiten.
Het blijft lastig om de plaats van de Bank van Lening in de vroege 19e eeuw te plaatsen.
Beleenbankhouder Isaac Jacobs Gans overleed op 28 maart 1819 in huis no 166. Dat was niet in de Kevelderstraat, maar aan de huidige Lievelderstraat 4 (Boerkoel). In 1832 was dit huis eigendom van Hendrina Heymans.
.Wat op deze foto wordt aangeduid als de Bank van Lening (het huis met de erker aan de rechterkant), was in 1830 nog eigendom van wethouder/secretaris (later ook burgemeester) Roelvink van Lichtenvoorde. Het huis rechts daarnaast was in 1830 eigendom van koopman Israel Heymans.
Ook direct naast het stadhuis in de Mattelierstraat (nu onderdeel van de moderne uitbreiding van het stadhuis) woonde een familie Heymans (Salomon Heymans en Judith Menko). Het huis werd verwoest bij een brand op 18 februari 1847. De familie verhuisde naar de Kevelderstraat.
Verder nog interessant: de aangifte bij het overlijden van beleenbankhouder Isaac Jacobs Gans in 1819 werd niet gedaan door de buren (zoals gebruikelijk), maar door andere mannen uit joodse families: koopman Salomon Zelig (75) en koopman David Levy Mendels (40). Deze David Mendels was eigenaar van het pand op de hoek van de Goudsmitstraat en de Beltrumsestraat, waar later een brandspuithuisje was (met het “jöddenspuitje”?).
Ans, nu wordt e.e.a. duidelijk, hartelijk dank.
Pfoeh, dat verbruikt wel veel inkt zo, haha.
In het pand rechts zat bakker Bekken. Pand iets meer naar links was inderdaad Bramer. Daar heeft vooi de oorlog de Joodse Dinie Vrengel gewoond.
Binnenkort meer informatie over Dinie Vrengel.
Een lommerd, verbastrering van ombardBbank van lening, ook (houder van een) pandhuis, is een kredietinstelling, waar leningen konden afgesloten worden tegen een onderpand van roerende goederen zoals juwelen, zilverwerk, kunst- en siervoorwerpen, boeken, e.a. voorwerpen van waarde. Hiervan is de term lombardkrediet afgeleid, krediet dat men verkrijgt op basis van een onderpand .
Wie gebruik maakte van de lommerd hoefde zich vanouds niet te legitimeren. Veel mensen hadden geen legitimatiebewijs.
Wie een voorwerp verpandde, kreeg een lommerdbriefje waarop het voorwerp en het kredietbedrag was vermeld. Met dat briefje kon het pand, na betaling van het bedrag plus rente, weer worden teruggehaald.
Werd het pand niet binnen zekere tijd teruggehaald, dan werd het door de lommerd verkocht. De houder van het lommerdbriefje had recht op (een deel van) de eventuele meeropbrengst. Bracht het pand bij verkoop minder op, dan kwam dat ten laste van de lommerd.
Vaak kwam het voor dat dezelfde goederen steeds weer naar de lommerd werden gebracht. In de loop van de week kon een arbeider bijvoorbeeld zijn zondagse pak naar de lommerd brengen. Kreeg hij op zaterdag zijn loon, dan haalde hij zijn pak op, zodat hij het op zondag kon dragen. Als in de loop van de week het geld op was, bracht hij het pak weer naar de lommerd.
De Lombarden speelden in de middeleeuwen een belangrijke rol in de ontwikkeling van het bankwezendeze. Noord-Italiaanse, voornamelijk joodse geldwisselaars verspreidden zich vanaf de 12de eeuw over West-Europa. De Joden, die wegens het kerkelijk renteverbod op deze geldmarkten actief waren, speelden een rol als kredietverleners. Hun kraam, een tafel met weegschaal en zakken met munten, ligt ook aan de oorsprong van onze benaming bank, afkomstig van het Italiaanse woord banco of banca voor tafel & rdquo;.
De lombarden, werden genoemd naar de streek Lombardije waar de longobarden (mannen met lange baarden) (orthodoxe joden) woonden. De lombarden trokken naar de Europese steden en kregen daar een vergunning om een tafel van lening & rdquo (of ldquo bank van lening & rdquo) te houden voor een periode van tien tot vijftien jaar. Vaak werden vergunningen doorverleend van vader op zoon, zodat lange tijd dezelfde families een bank van lening konden exploiteren.
Een steeds voorkomend probleem in de Middeleeuwen was de hoge rente die de lommerds vroegen voor de belening. Gezien de schaarste op de geldmarkt, en het renteverbod voor christenen, zou die soms zelfs oplopen tot 80%. Omdat de lombarden vaak hoge rentetarieven hanteerden, werd hun handel soms verboden of aan allerlei beperkingen onderworpen. Soms werd vanwege de overheid een maximumrente opgelegd. Regelmatig ook verplichtte de overheid de lommerds om alle beleende panden terug te geven, zonder interest.
Martie er komen nog meer foto’s die betrekking hebbn op de bank van lening. Om te beginnen:
De Bank van Lening in Groenlo
Bron: S.Laansma: De Joodse gemeente te Borculo, omvattende…
Uit een acte van 18 januari 1686 blijkt dat er een octrooi gegeven werd, hetwelk 12 jaar daarvoor ook gegeven werd.
De Bank van Lening bestond al in 1674.
Huurders: 1698, Benjamin Jochems
1710, Zijn weduwe Minchele en zijn zoon Philips Benjamins
1722, Marcus Jacobs van Bingenm Philips Benjamins en Levi Jacobs.
1752 Bieltjen Benjamins en Rachel Jacobs.
1782 Isaac Jacobs
1796 nog steeds Isaac Jacobs.
In 1812 verklaarde Isaac Jacobs als familienaam de naam Gans te willen aannemen. Tot zijn overlijden te Groenlo op 28 maart 1819 stond Isaac Jacobs Gans te boek als beleenbankhouder. Hij stierf in huis nr. 166 op 75-jarige leeftijd. De Bank van Lening stond in de Kevelderstraat, zo blijkt uit de huizenlijst van de 19de eeuw.
De volgende bankhouders waren vader en zoon Heymans. Allereerst de in 1789 te Groenlo geboren Israel Heymans.
Hij hield de bank tot zijn overlijden op 18 april 1851.
Nadat de weduwe de zaak met enige oudere zoons draaiende had gehouden werd de in 1838 geboren zoon David Israel Heymans houder van de Bank van Lening in de Kevelderstraat .
De Bank van Lening werd in 1895 bij de wet opgeheven. David Israel Heymans werd kruidenier.
Later kreeg hij en groothandel in garen en band en ‘Grolse wanten’.
Martie het pand met de erker achter in de straatr was de bank van lening. Verdere infoi volgt.
De foto hebben we al, nu de geschiedenis nog. Wat ik hiermee bedoel is dat ik deze nieuwe map “Geschiedenis van de bank van lening” nog niet helemaal begrijp. Wat wordt er hier mee bedoeld? Verder is het natuurlijk altijd bekend uit welke collectie een foto vandaan komt, zie onderschrift.
Hoi Mirjam,ik denk dat pand wat je bedoeld,dat dat nu Belegh van Grol is[bekken]en het pand Bramer de buurman is??groet
Links de in deur van de langen gang waar vroeger de paarden werden geslat dat de mensen naar de kerk gingenmet het rijtuig n na de kerk even naar binnen even wat drinken en dan het paard weer voor het rijtuig en dan weer naar huis
Is dat pand aan de rechterkant met die grote winkelruit de winkel van Bramer?
De Kevelderstraat met rechts toen nog de dames Harperink en daarnaast de bank van lening ?